Voorjaar 2012 - Centraal-Amerika

zaterdag 2 oktober 2010

De wet van de sterkste…



… en de sterkste was niet ik, helaas, maar wel een zespotig klein, prikkend insectenwezen wiens gif mijn lijf inpalmde en leidde tot de gevreesde diagnose: malaria. En we waren nog maar 3 dagen ver in ons 10 daagse, afsluitend reizen… Zo trok ik genoodzaakt naar 2 lokale ziekenhuizen waar ze bij je inschrijving niet enkel naar je naam en huwelijksstaat vragen, maar ook naar je geloofsovertuiging en de naam van je kerk (Sint Helena, voor de geïnteresseerden, met dank aan het snelle verzin-vermogen van mijn trouwe reisgenoot Daphne), waar je gewicht in het ene ziekenhuis 4kg verschilt tegenover het andere en ook je lichaamstemperatuur ruim 2 graden schommelt, waar de injectienaalden uit steriele verpakkingen komen, waar de dokter hoopt een deel van het geld te krijgen dat je terugtrekt van je ziekteverzekering, waar injecties in je achterste worden gegeven, waar kippen vrolijk tussen de zieke patiënten lopen, waar 2 blanke meisjes ontzettend hard worden nagekeken, waar de antibiotica rijkelijk wordt uitgedeeld en het herschilderen van een aantal ziekenhuisgebouwen in heerlijk felle kleuren sneller gaat dan ons ziekenhuisbezoek (ruim 5 uur en half).

Wat volgde was 2 dagen flink afzien. De hoofdpijn en koortsaanvallen waren vervelend maar draaglijk, de ontzettende krampen en nachtelijke toiletbezoeken ten gevolge van een overload aan antibiotica in combinatie met een absoluut gebrek aan eetlust, waren echter erg pijnlijk. En jawel hoor, ik heb braafjes elke dag mijn malaria-werende pilletjes genomen, maar zoals geweten garanderen deze geen 100% weerstand. Ze zorgen voor een zekere hoeveelheid aan continue antistoffen in je lichaam, wat betekent dat zonder deze het virus veel erger tekeer zou hebben gegaan. Dag 4 bracht beterschap, gelukkig maar, wat betekende dat we onze trip doorheen het mooie West Afrikaanse land, waar we ondertussen al ruim 7 weken verbleven, konden verder zetten. Ervaar Ghana, zeg dat wel. Weer iets om op mijnen CV te zetten dan maar...?
Mijn grote dank gaat dan ook naar mijn reis- lach- ontdek- praat- en soortgenoot (zei een Ghanees tegen mij toen hij andere blanken zag lopen “Look there! People like you!”) Daphne en haar verzorgingsskills, geduld en fijne aanwezigheid.

                

Ik heb me opnieuw verbaasd tijdens ons reizen, zoals ik me elke dag van mijn verblijf op het Afrikaanse continent heb verbaasd, maar de intensiteit en frequentie ervan lagen dezer dagen opvallend hoger. Ghana wordt wel eens Afrika in het klein genoemd. Of het waar is, weet ik niet. Maar wat ik alvast wel kan beamen is dat Ghana een ontzettend veelzijdig land is, daar waar het Noorden eerder droog en iets armoediger, is het oosten van het land overweldigend groen en vochtig. Maar cassave en rijst vind je tot in elke uithoek terug. We reisden van het noorden naar hartje Ghana, Kumasi, en namen vervolgens 2 maal een ferry (lees: grote sloep) die ons naar de andere kant van het immense Voltameer bracht. Dit gigantische stuwmeer (het 4e grootste stuwmeer ter wereld) voorziet het land voor meer dan 90% van elektriciteit en ook buurland Togo geniet gedeeltelijk van deze natuurlijke bron aan energie.

We aanschouwden de grootste waterval van West-Afrika, zaten als sardientjes in minibusjes, probeerden onze ingewanden in bedwang te houden tijdens de heftige ritten over wegen die meer putten hadden dan dat er aan berijdbare weg overbleef, opereerden als volleerde onderhandelaars tijdens het discussiëren over taxiprijzen, bezochten het hoogst gelegen dorpje van Ghana in het prachtige Voltagebied waar we vanop de hoogste berg kilometers ver konden turen en blijven turen naar het heerlijk mooie landschap en doorheen de mist de oevers van het Voltameer konden onderscheiden.

In Accra nam Miriam, een Nederlands meisje dat we in Tamale hadden leren kennen, het over van mijn partner in crime Daphne, die op haar beurt weer naar Tamale reisde om daar de komende anderhalve maand de kindertjes uit het weeshuis te verblijden met haar opgewekte aanwezigheid. Het afscheid was geen afscheid, want we zouden elkaar gauw weer op Europese bodem treffen om te kunnen kletsen over het leven in Ghana zoals je dat enkel kan doen met ervaringsdeskundige Sellaminga’s zoals wij. Accra bracht ons alweer een stapje dichter bij onze terugkeer naar onze gekende “westerse” omgeving: druk verkeer dat niet meer bestaat uit auto’s die uit elkaar dreigen te vallen, hoogbouw en grotere winkelketens, een resem aan hotels en guesthouses en restaurantjes,… Toch valt ook hier de enorme bedrijvigheid en het geweldig kleurrijke leven niet weg te denken.

De allerlaatste dagen van mijn verblijf in deze bijzonder aangename Republiek beleefde ik in de streek rond Cape Coast, één van de vele plekken gelegen aan de lange kuststrook die het land Rijk is en deel uitmaakt van de Golf van Guinea. Het paradijs op aarde is wat mij betreft de meest geschikte omschrijving voor de plek waar wij belandden, of toch zeker na mijn verblijf in Tamale waar ik heel wat van mijn gekende luxe inleverde. De zee was erg ruw, maar de palmbomen sierlijk, de zon stralend en het eten overdreven heerlijk. Ik voelde me verwend. Een doorsnee reiziger zou de accommodatie wel “ok” gevonden hebben, wij vonden het hemels.
        
        
       

We bezochten nabijgelegen forten waarbij tijdens de rondleiding ietwat beschuldigend onze richting uitgekeken werd bij het vertellen over de wrede kolonisators en het onmenselijk behandelen van de gevangengenomen slaven die gedwongen de oversteek over de Atlantische Oceaan dienden te maken en ingezet werden als werkkrachten in de meest erbarmelijke omstandigheden, we aten versgevangen vis uit de zee, dronken uit een kokosnoot die vakkundig door de kinderen uit de bomen werden geplukt, wandelden over touwbruggen doorheen de bomen van het regenwoud en werden voor de laatste maal begeerd en uitgehuwelijkt.



“Goeieavond, mag ik uw boardingpass even zien?” 

Vaarwel Ghana, tot gauw.

Charlotte x