... zo goed als een jaar geleden zette ik een punt achter mijn Afrikaanse avontuur. Een thesis, universitaire titel - en zoveel meer dan dat - later, breekt er opnieuw een tijd aan waarin ik mijn webben verder over onze aardbol heen verspreid (met dank aan Dhr. Geertz voor deze mooie metafoor voor de kenners onder jullie).Van het ene land gelegen op de evenaar - Ghana- steek ik de oceaan en een half continent over, op naar het land dat naar dit midden van onze wereldbol genoemd werd: Ecuador. Het eerste land in een rijtje van vele op weg naar eindbestemming Guatemala, vergezeld van studiegenoten Valerie en Marjolein.

Daar Ghana wel eens “Afrika in het klein genoemd wordt”, is het misschien niet onterecht dat dit, wat Zuid-Amerika betreft, gezegd kan worden over Ecuador: de Andes is er magnifiek groen, de vele watervallen ontelbaar, de besneeuwde toppen van vulkanen reiken makkelijk boven de 5000 meter, de jungle is benauwend warm en de muggen steken er harder dan elders. Zo loop je de ene dag in Quito, wat na La Paz (Boivië) de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld is, rond met een sjaal en dikke trui, een busrit van een uur of 5 later brengt je naar het Amazonewoud waar je smeekt om een ijskoude douche.De Andes strekt zich in Ecuador uit over het midden van het land, een waar paradijs voor ervaren klimmers en trekkers. Wij rekenen onszelf niet meteen tot deze laatste categorie, maar wel tot stoere grieten die best wel een stevige - doch haalbare - meerdaagse trekking aankunnen. Als ware avonturiers, enkel vergezeld van een zeer summier beschreven route met aanwijzingen als: “voorbij de 2e grote steen naar rechts”, “het bewuste pad is op het eerste zicht niet echt zichtbaar, maar als je goed kijkt vind je het wel” en “neem de boomstam om over de rivier te raken”. Drie dagen wandelen over bergpassen en doorheen valleien, met als eindbestemming een vulkaan met een pracht van een kratermeer. Des te avontuurlijker werd het toen we op een gegeven moment de weg kwijt waren – we haden een paadje gemist – , we op de flanken van de verkeerde berg liepen en de weinige mensen die we tegenkwamen ons gedurende een periode van twee uur maar bleven zeggen dat we er over 2u zouden moeten zijn... Maar goed, we bereikten ons doel, aanschouwden een kratermeer zoals ik er nog nooit eentje zag en waren behoorlijk trots op de afgelegde kilometers, de getrotseerde klimmen en hoogtes.
Een klimmetje van ruim 600m, aft e leggen op nog geen uurje tijd, behoort tot zulke avontuurlijke wandelingen. Schriele paardjes en ezels sjouwen er kilo’s rijst naar boven, vrouwtjes die we in België met rusthuizen zouden associëren leggen deze bergpassen dagelijks blootvoets af om van het ene dorp naar he andere te raken. En probeer dan maar eens aan een Ecuadoriaan uit te leggen dat de hoogste “bult” in België amper 700m hoog is…
Nog dieper het Amazonewoud, daar waar de verharde weg ophoudt en het verder gaat per veredelde sloep, ging het naar Lago Agrio, niet ver van de Columbiaanse grens. Slapen in het midden van de jungle alvorens de gigantische kakkerlakken uit je bed te hebben gehaald in een kamer waar geen glas in de ramen staat - wetende dat de voornaamste woudbewoners tarantula’s, aapjes en slangen zijn in - het is eens iets anders. We leerden piranha’s vangen, aten versegevangen vis, gingen op kaaimannenjacht en hakten on seen weg doorheen de dichtbegroeide jungle.
Toen was er weer Quito met haar mooie, koloniale oude centrum,
maakten we persoonlijk kennis het midden van de wereld waar knal op de evenaar zaten,
kochten we niet te veel souvenirs in het mooie Otavalo
en zoveel meer…




