Voorjaar 2012 - Centraal-Amerika

vrijdag 17 september 2010

Real Tamale United vs. de Naïeve Antropoloog: 0-0




Het imposante voetbalstadion van Tamale, wat met haar verschijning het gewone straatbeeld van de stad robuust doorbreekt en vervolgens in schril contrast staat met het dagelijkse leven in deze levendige stad, hadden we bezocht tijdens onze eerste dagen van ons verblijf in het land van de Black Stars (het nationale elftal). Ik kon me maar moeilijk voorstellen dat zulk een machtig stadion, plaats biedend aan 20.000 sportliefhebbers, werkelijk ten volle gebruikt zou worden en het bouwen ervan waard was. Mijn curiositeit naar wat zich op “de perfect onderhouden grasmat” (alsdus onze gids) zou afspelen, leidde me samen met enkele landgenoten en noorderburen tot binnen de grote muren van het bouwwerk: zo gingen we afgelopen zondag “naar de voetbal!”. Goed voor de volle 1,65 euro. Wat volgde was, tegen onze verwachting in, 90 minuten nogal onoverzichtelijk voetbal met als belangrijkste tactiek: “daar waar de bal is, moet je als een gek naartoe lopen!” waarop vervolgens 20 paar gespierde, zwarte benen hun aanval inzetten. Gelukkig zorgden de enthousiaste toeschouwers, uitsluitend manvolk, voor voldoende animo en hilariteit, of toch doorheen de blik van de onwetende thesisschrijvers en vrijwilligers: het op je knieën vallen met de handen gereikt naar de hemel om God te danken voor het missen van een penalty van de tegenstrever, het wild handgebaren en onderling discussiëren over het ping-pong voetbal of het weeral missen van een kopbal of corner, het gedreven toeschreeuwen van onverstaanbare kreten naar de spelers door zwarte moslims in lange roze gebedskledij, het zijn nu eenmaal geen taferelen die je op pakweg den Beerschot tegenkomt.
 

“Real Tamale United” vervulde helaas niet de hoge verwachtingen die haar zeer originele naam deed vermoeden. Maar de volle overtuiging waarmee zowel spelers als publiek het stadion vulden, wist ik wel ontzettend te waarderen en bewonderen. 

Hooliganisme in Ghana vraagt u? Onmogelijk. Wetende dat de tegenstander, een ploeg uit het zuiden van het land, er een busrit van ruim 12 uur had opzitten om tot op de Tamalese grasmat te raken en ik me niet kan voorstellen dat honderden supporters hen dit na zouden doen. Bovendien liep de security rond met knuppels en kanjers van kalasjnikovs die je liever niet in jouw richting uit zou willen zien komen, maar natuurlijk wel handig om ze als soortement van zeer ongemakkelijke stoel te gebruiken tijdens het aanschouwen van de match.
Grote winkels vind je in Ghana niet terug. Op elk leeg plekje van de straat staan kleine stalletjes waar alle mogelijke koopwaar verkocht wordt. Alles open en bloot uitgestald te midden van de straat, of, venters lopen rond op straat, hun waren met zich mee zeulend. Mannen lopen vooral rond in voetbalshirts, vrouwen dragen prachtig, kleurrijke op maat gemaakte jurken of rokken met bijhorende blouses. De meer ‘westerse’ kledij komt ook letterlijk uit het westen, of beter de overstocks of kledij en schoenen die we zelf om de zoveel tijd in de gekende zakken of boxen deponeren. 

Iemand die zijn of haar schoenen herkent...?

Ik zou het deze keer hebben over mijn pogingen tot het uitvoeren van veldwerk... Eerlijk toegegeven: makkelijk is het absoluut niet. Om het kort samen te vatten: de culturele verschillen tussen mijn leven, kennis, referentiekaders en manier van redeneren en deze die gangbaar zijn in mijn betreffende onderzoeksveld, zijn bijzonder groot wat het op een objectieve manier observeren en interpreteren ontzettend moeilijk maakt. Hoe wist onze vriend Clifford Geertz het ‘op een antropologisch verantwoorde wijze aan onderzoek en gevolgtrekking doen’ te verwoorden? : “wanneer je volledig in denken, voelen en handelen van je onderzoeksgroep gekomen bent en je vervolgens geleidelijk aan, zo intens en nauw gezet mogelijk het geheel van de situatie en alle betrokkenen van binnenuit gaat beschrijven. Je poogt de zaken te duiden vanuit de verstandshorizon van de betrokkenen waarbij je het gevoel hebt dat jouw beschrijvingen nooit af zijn en je open staat voor continue herwerking van je bevindingen”. Jammer maar helaas, dat zal me niet lukken.

Ik heb de afgelopen weken geprobeerd een beetje zicht te krijgen op hoe het verlenen van microkredieten aan vrouwen uit kleine traditionele dorpgemeenschappen, hun leven en meer bepaald hun rol en positie als vrouw binnen de samenleving, beïnvloedt. Wil ik echter met relevante gegevens huiswaarts keren, dan dien ik hier nog zeker een jaar te blijven. De eerste week wen je een beetje aan al het nieuwe om je heen en zoek je naar gangbare manieren om jezelf uit te drukken en om te gaan met al het onbekende dat je overvalt. Je leert de organisatie kennen waaraan je verbonden bent, ontmoet een massa nieuwe mensen en probeert een beetje in te schatten waar gelijkenissen en verschillen zich manifesteren. Dan tracht je zicht te krijgen op het bestaande microkredietenproject, leer je de vrouwen kennen die hierbij betrokken zijn, bezoek je hen nogmaals en nogmaals. En pas dan, na een goeie 3 weken, kan je écht aan de slag. En dat zag ik natuurlijk volledig zitten! Een brok literatuur achter de kiezen geslagen, vragenlijstjes netjes  uitgeprint en een tolk aan de hand. 

Daar vetrok ze, de naïeve antropoloog.

Het is vooral moeilijk dat je vaak niet weet waar bepaalde grenzen zich bevinden en je vervolgens niet kan inschatten waaraan je je kan verwachten. Het gangbare referentiekader blijft op zulke momenten bijzonder vaag. Interpreteren vervalt dan in een enorme subjectiviteit

Ik had natuurlijk ook gewoon in België kunnen blijven wat het allemaal net iets makkelijker had gemaakt. Maar dan had ik niet de kans gekregen om te kunnen proeven van het leven op dit mooie continent. Neen, met één of andere geweldige antropologische ontdekking of vaststelling zal ik niet terugkeren. Maar wel met een pak concrete ervaringen over wat het betekent veldwerk uit te voeren en op welke beperkingen en hindernissen je kan stoten. 

En zo beleef ik mijn laatste dagen in Tamale. Zondag vertrek ik met mijn rugzak en een fijne Nederlandse collega voor een laatste trip doorheen het land en reizen we zuidwaarts doorheen het oostelijke deel van Ghana, om uiteindelijk 10 dagen later in de drukke hoofdstad te belanden waar een vliegtuig van Belgische makelij me weer naar het noorden vliegt.

Ik kijk er naar uit om weer huiswaarts te keren, om te kunnen vertellen over mijn belevenissen,  en waardevolle momenten. Maar die terugkeer had gerust nog een langere tijd op zich mogen laten wachten.



Helaas, de plicht roept.

Charlotte x



dinsdag 7 september 2010

“I’m sorry, I already have a husband…”



Ok, we zitten hier dus wel degelijk met een praktisch probleem: wanneer ik me op straat begeef tussen honderden zwarte mensen, heeft zowat iedereen me natuurlijk meteen opgemerkt. En dat terwijl ik moeite heb om de ene zwarte te onderscheiden van de andere waardoor ik vaak te horen krijg “O, don’t you remember me..?” waarop er dan meestal een erg verontwaardigde blik volgt (en helemaal niets uit het voorgaande heeft dan ook maar enige racistische ondertoon, het is gewoon de naakte realiteit). Als dan ook nog de kinderen, die zich in grote aantallen op straat begeven, met hun schelle stemmetjes me luidkeels in koor naroepen met: “Sellaminga, hello!!” (wat zoveel betekent als “witte vrouw, hallo!”), wordt onopgemerkt het publieke leven induiken al helemaal onmogelijk. 

De meest gehoorde zinnen waarmee wildvreemde jonge mannen me aanspreken zijn “Hello, what’s your name” meteen gevolgd door “Can I have your contact, I want to be your friend”. Hoppakee, boem patat. Mooi niet, denk ik dan. Het grootste probleem natuurlijk is dat zowat iedereen míj “interessant” vindt en wil leren kennen, terwijl ik absoluut niet de tijd, energie en zin heb om op al deze verzoeken in te gaan. In het begin tracht je zulke voorstellen, als bescheiden Belg zijnde, vriendelijk af te wimpelen door hen via een omweg indirect proberen duidelijk te maken dat je niet echt behoefte hebt aan hun overdreven aandacht en interesse. Maar na een goeie 2 pogingen te hebben ondernomen rond de pot te draaien, kan je maar beter meteen zeggen: “I’m sorry, I already have a husband”. Waarmee helaas niet elke geïnteresseerde vrede neemt en je alsnog probeert te overtuigen toch ook echt wel nood te hebben aan een man in Ghana nu de jouwe zogezegd alleen thuis zit. Vooralsnog is nog niemand daar in geslaagd, wat mij betreft toch niet.

Wist je dat de politieagenten hier niet met een geweer rondlopen maar met een knuppel? En blijkbaar zijn ze ook erg corrupt, of verbazen we ons daar niet over…? “Thiefs in uniforms” worden ze ook wel genoemd.
Lieve vrienden, “het is gebeurd”, ik ben op safari geweest. Voor de één of andere reden roept “op safari gaan” een erg gekunsteld beeld bij me op, alsof het een attractie is die bij een bezoek aan het Afrikaanse continent hoort. Wie hierbij vervolgens denkt aan een rustig ritje in een fancy jeep doorheen een natuurreservaat waarbij de koningen van de dieren met hun welpen voorbij paraderen en ook nog even in jouw bijzijn een zebra te grazen nemen, heeft het toch wel even mis. Laat ons zeggen dat onze jeep… nog net bestuurbaar was. Bij gebrek aan een werkende 1e versnelling, was vetrekken vanuit 2e een noodzaak, weg al die dieren, of wat had je gedacht bij het voorbij daveren van zo’n kletterbak. We hebben heerlijk gelachen, zo met de jeep door het oerwoud (helaas zonder een stoet papegaaien om ons heen). Ik was alvast erg onder de indruk van de overvloed aan groen en het kilometers turen in de verte zonder enige verwijzingen naar mensenschepsels waar te nemen. Dat daar dan ook nog eens af en toe kolossen van olifanten voorbijkwamen en antilopen en reebokken je de pas afsneden, was uiteraard mooi meegenomen. Terwijl wij op bosklassen gaan in de Ardennen en met verhalen terugkomen over ondergeregende tenten, gaan de kinderen hier een weekendje Olifanten kijken op safari onder een schroeiend hete zon. 

Had ik al verteld over het leven in “traditionele” dorpjes in lemen hutjes dat zo ongeveer tegemoet komt aan onze stereotiepe associaties met “Afrika”?   



Zulke dorpgemeenschappen vind je hier inderdaad in grote aantallen terug, gelegen op slechts enkele honderden meters van het centrum van de stad. Gezinnen wonen in samen in een “compound”, een verzameling hutten van één familie binnen een dorpgemeenschap. In de streek rond Tamele heerst een patrilineaire structuur, waarbij na het huwelijk de vrouw bij de familie van de man wonen. Hoewel er in de stad ook “gewone” huizen staan en moderne compounds (waarbij de hutten gewoon stenen huizen zijn) vind je er ook deze traditionele woongemeenschappen die wij als eerder primitief beschouwen. Het door elkaar lopen van deze verschillende woonvormen en stadia van “primitiefheid-ontwikkeling” die zich op 1 plek voordoen, verbazen me dagelijks keer op keer. Zo vertoef je in slechts enkele uren tijd en op wandelafstand van elkaar in zo’n traditioneel “dorpje” dat slechts op 10 meter van de drukke, geasfalteerde baan ligt, stap je een internetcafé binnen en word je even virtueel en pijlsnel verbonden met het Europese thuisfront, eet je je avondeten met je handen, ontwijk je koeien en geiten die je de weg op het fietspad versperren en wissel je foto’s uit via de laptop van een Ghanees in een bakstenen huis waar stromend water is.
Wie zoekt die vindt de aapjes...

Het moet gezegd, de gemiddelde Ghanees ziet er best wel oké uit. Opvallend veel jonge mannen lopen hier rond met een aardig en niet overdreven afgetrainde torso. Al vraag ik me wel af of dit enkel het resultaat is van het harde labeur dat ze inderdaad vaak moeten verrichten, want uren rondhangen op straat, daar zijn ze toch ook wel erg goed in. Maar, dan kom je in het zwembad, samen met die gespierde lijven, en dan blijkt dat het merendeel van die gespierde lijven niet kan zwemmen, wat toch wel even een vreemd zicht was omdat je dat in eerste instantie niet verwacht, maar niet al te onlogisch wanneer er in de wijde omgeving niet al te veel mogelijkheden tot zwemmen zijn en zwemmen bijgevolg op school niet aangeleerd wordt.
Het merendeel van de Ghanezen heeft toch echt een heel erg donkere huidskleur. Ik blijf het fascinerend vinden, die witte voetzolen en handpalmen.
 Charlotte x