Het imposante voetbalstadion van Tamale, wat met haar verschijning het gewone straatbeeld van de stad robuust doorbreekt en vervolgens in schril contrast staat met het dagelijkse leven in deze levendige stad, hadden we bezocht tijdens onze eerste dagen van ons verblijf in het land van de Black Stars (het nationale elftal). Ik kon me maar moeilijk voorstellen dat zulk een machtig stadion, plaats biedend aan 20.000 sportliefhebbers, werkelijk ten volle gebruikt zou worden en het bouwen ervan waard was. Mijn curiositeit naar wat zich op “de perfect onderhouden grasmat” (alsdus onze gids) zou afspelen, leidde me samen met enkele landgenoten en noorderburen tot binnen de grote muren van het bouwwerk: zo gingen we afgelopen zondag “naar de voetbal!”. Goed voor de volle 1,65 euro. Wat volgde was, tegen onze verwachting in, 90 minuten nogal onoverzichtelijk voetbal met als belangrijkste tactiek: “daar waar de bal is, moet je als een gek naartoe lopen!” waarop vervolgens 20 paar gespierde, zwarte benen hun aanval inzetten. Gelukkig zorgden de enthousiaste toeschouwers, uitsluitend manvolk, voor voldoende animo en hilariteit, of toch doorheen de blik van de onwetende thesisschrijvers en vrijwilligers: het op je knieën vallen met de handen gereikt naar de hemel om God te danken voor het missen van een penalty van de tegenstrever, het wild handgebaren en onderling discussiëren over het ping-pong voetbal of het weeral missen van een kopbal of corner, het gedreven toeschreeuwen van onverstaanbare kreten naar de spelers door zwarte moslims in lange roze gebedskledij, het zijn nu eenmaal geen taferelen die je op pakweg den Beerschot tegenkomt.
“Real Tamale United” vervulde helaas niet de hoge verwachtingen die haar zeer originele naam deed vermoeden. Maar de volle overtuiging waarmee zowel spelers als publiek het stadion vulden, wist ik wel ontzettend te waarderen en bewonderen.
Hooliganisme in Ghana vraagt u? Onmogelijk. Wetende dat de tegenstander, een ploeg uit het zuiden van het land, er een busrit van ruim 12 uur had opzitten om tot op de Tamalese grasmat te raken en ik me niet kan voorstellen dat honderden supporters hen dit na zouden doen. Bovendien liep de security rond met knuppels en kanjers van kalasjnikovs die je liever niet in jouw richting uit zou willen zien komen, maar natuurlijk wel handig om ze als soortement van zeer ongemakkelijke stoel te gebruiken tijdens het aanschouwen van de match.
Grote winkels vind je in Ghana niet terug. Op elk leeg plekje van de straat staan kleine stalletjes waar alle mogelijke koopwaar verkocht wordt. Alles open en bloot uitgestald te midden van de straat, of, venters lopen rond op straat, hun waren met zich mee zeulend. Mannen lopen vooral rond in voetbalshirts, vrouwen dragen prachtig, kleurrijke op maat gemaakte jurken of rokken met bijhorende blouses. De meer ‘westerse’ kledij komt ook letterlijk uit het westen, of beter de overstocks of kledij en schoenen die we zelf om de zoveel tijd in de gekende zakken of boxen deponeren.
![]() |
| Iemand die zijn of haar schoenen herkent...? |
Ik zou het deze keer hebben over mijn pogingen tot het uitvoeren van veldwerk... Eerlijk toegegeven: makkelijk is het absoluut niet. Om het kort samen te vatten: de culturele verschillen tussen mijn leven, kennis, referentiekaders en manier van redeneren en deze die gangbaar zijn in mijn betreffende onderzoeksveld, zijn bijzonder groot wat het op een objectieve manier observeren en interpreteren ontzettend moeilijk maakt. Hoe wist onze vriend Clifford Geertz het ‘op een antropologisch verantwoorde wijze aan onderzoek en gevolgtrekking doen’ te verwoorden? : “wanneer je volledig in denken, voelen en handelen van je onderzoeksgroep gekomen bent en je vervolgens geleidelijk aan, zo intens en nauw gezet mogelijk het geheel van de situatie en alle betrokkenen van binnenuit gaat beschrijven. Je poogt de zaken te duiden vanuit de verstandshorizon van de betrokkenen waarbij je het gevoel hebt dat jouw beschrijvingen nooit af zijn en je open staat voor continue herwerking van je bevindingen”. Jammer maar helaas, dat zal me niet lukken.
Ik heb de afgelopen weken geprobeerd een beetje zicht te krijgen op hoe het verlenen van microkredieten aan vrouwen uit kleine traditionele dorpgemeenschappen, hun leven en meer bepaald hun rol en positie als vrouw binnen de samenleving, beïnvloedt. Wil ik echter met relevante gegevens huiswaarts keren, dan dien ik hier nog zeker een jaar te blijven. De eerste week wen je een beetje aan al het nieuwe om je heen en zoek je naar gangbare manieren om jezelf uit te drukken en om te gaan met al het onbekende dat je overvalt. Je leert de organisatie kennen waaraan je verbonden bent, ontmoet een massa nieuwe mensen en probeert een beetje in te schatten waar gelijkenissen en verschillen zich manifesteren. Dan tracht je zicht te krijgen op het bestaande microkredietenproject, leer je de vrouwen kennen die hierbij betrokken zijn, bezoek je hen nogmaals en nogmaals. En pas dan, na een goeie 3 weken, kan je écht aan de slag. En dat zag ik natuurlijk volledig zitten! Een brok literatuur achter de kiezen geslagen, vragenlijstjes netjes uitgeprint en een tolk aan de hand.
Daar vetrok ze, de naïeve antropoloog.
Het is vooral moeilijk dat je vaak niet weet waar bepaalde grenzen zich bevinden en je vervolgens niet kan inschatten waaraan je je kan verwachten. Het gangbare referentiekader blijft op zulke momenten bijzonder vaag. Interpreteren vervalt dan in een enorme subjectiviteit
Ik had natuurlijk ook gewoon in België kunnen blijven wat het allemaal net iets makkelijker had gemaakt. Maar dan had ik niet de kans gekregen om te kunnen proeven van het leven op dit mooie continent. Neen, met één of andere geweldige antropologische ontdekking of vaststelling zal ik niet terugkeren. Maar wel met een pak concrete ervaringen over wat het betekent veldwerk uit te voeren en op welke beperkingen en hindernissen je kan stoten.
En zo beleef ik mijn laatste dagen in Tamale. Zondag vertrek ik met mijn rugzak en een fijne Nederlandse collega voor een laatste trip doorheen het land en reizen we zuidwaarts doorheen het oostelijke deel van Ghana, om uiteindelijk 10 dagen later in de drukke hoofdstad te belanden waar een vliegtuig van Belgische makelij me weer naar het noorden vliegt.
Ik kijk er naar uit om weer huiswaarts te keren, om te kunnen vertellen over mijn belevenissen, en waardevolle momenten. Maar die terugkeer had gerust nog een langere tijd op zich mogen laten wachten.
Helaas, de plicht roept.
Charlotte x

















