Voorjaar 2012 - Centraal-Amerika

dinsdag 28 februari 2012

Verrassend Nicaragua en de Hondurese onderwaterwereld

Grensposten, een wereld op zich
Hoewel landsgrenzen maar denkbeeldige lijnen zijn, blijkt elke keer opnieuw het leven aan elk van beide kanten sterk van elkaar te verschillen. Het verbaast me telkens weer hoe ideeën, eenzelfde taal, prijzen, manieren van handelen, eten, landschappen, transport,... over een aftsand van amper één kilometer zo plots veranderen. Grenzen oversteken is ook elke keer weer een belevenis op zich. Het is een bonte verzameling van ‘locals’, backpackers, zakenlui, venters die tegen belachelijk hoge wisselmarges geld proberen ruilen, leurders en migratiebeampten -  de ene al wat corrupter dan de andere – die op een gezapig tempo paspoorten van de correcte stempels voorzien: eentje in het land dat je verlaat, waarna je de grens oversteekt en opnieuw puffend staat aan schuiven voor een stempel in het land waar je toekomt.  Elke keer wanneer inwoners een landsgrens wensen over te steken, worden ze onderworpen aan dit ritueel. Bovendien hebben landen vaak maar een tweetal wegen en grensposten met hun buurlanden.  

En zo staken we voor de eerste keer per bus de grens over. En niet zomaar een bus: dé Benni Bus (check via Facebook!). Trotse eigenaars van deze bus zijn een prettig gestoord Hollands koppel die na 8 maanden reizen doorheen Zuid Amerika plots  op een avond (en na 4 Long Islands...) op het idee kwamen naar Texas te vliegen, daar een oude, grote, gele schoolbus te kopen en deze om te bouwen tot een rijdend hostel. 6 bedden zijn er beschikbaar voor wie met deze bus mee wil, op een gezapig tempo rijdend langs de kustlijn van Centraal Amerika. Van Texas ging het tot Panama City en nu waren ze weer op de terugweg, ongeveer halverwege, de grens over tuffend tussen Costa Rica en Nicaragua. Zo ontmoetten we mensen die vier, vijf en meer dan zes weken met de Benni Bus hadden gereisd. Een douche en toilet zijn er helaas niet aanwezig, maar wel altijd ergens een hostel te vinden die deze fijne hippies een beetje schoon water aanbiedt. 
Natuurlijke schoonheid
Nicaragua is een bijzonder groot land, toch is het enkel het westelijke gedeelte van het land dat dichtbevolkt is. De zuidelijke kust is vooral in trek bij de surfers en zij die wel graag eens een ‘goei feestje’ bouwen. Vooral Amerikanen zo bleek, met toch wel een klein beetje een ‘I don’t care’ gehalte rond zich (zonder uiteraard te veralgemenen he!) Echt interesse in het land lijken ze niet te hebben, zolang er zon, drank en een op te scharen scharrels aanwezig zijn, lijken ze het allemaal ‘perfect’ te vinden. Kan ik hen dat kwalijk nemen dat ze amper een uur of 4 nodig hebben om naar een exotisch land te vliegen waar het leven zoveel goedkoper is...? Wellicht niet.
Maar o, como me gusta Nicaragua!
Het weer was er heerlijk, de bergen groener dan groen, de bloemen dieprood, roos, oranje en paars en de vulkanen bijzonder talrijk. Het zuiden van het land wordt ingenomen door een bijzonder groot meer waarvan Isla de Ometepe het grootste eiland is. De vissersboot die ons naar het eiland bracht vroeg slechts de helft van de prijs dan de ferry, en we hadden het geweten: niet van de boot schommelen en het water in geslingerd worden bleek een bijzonder grote uitdaging. Hoge golven? In een meer...? Dat vroegen wij ons ook af. Het heeft blijkbaar iets te maken met de samenkomst van 2 winden boven het meer... Slechts een paar wegen doorkruisen dit bijzondere eiland uit niet veel meer bestaat dan twee vulkanen die boven het water pieken. De beklimming van Volcán Maderas was pittig, nat en bijzonder glibberig, maar een fijne afwisseling na de hitte aan de kust.
Aan het kratermeer

Yummie!
Hoe noordelijker we reizen, hoe vaker nacho’s, taco’s, burrito’s en andere van deze lekkernijen op het menu staan. Heerlijk om deze te kopen aan de kleine stalletjes op straat. Je denkt ‘ík heb honger’, kijkt naar rechts en twee minuten later heb je een heerlijke maaltijd in je handen. Granada en León, twee koloniale pareltjes, staan vol van deze kraampjes. 
Het toeristische Granada bestaat uit een heerlijke mozaïek aan kleur, maar het heeft naar mijn aanvoelen net iets te veel van haar lokale charme verloren: alles is er afgestemd naar de goesting van buitenlanders. In Léon daarentegen vind je een goeie mix van beiden terug: een bijzonder geëngageerde groep van Nicaraguezen (Nicaraguanen?) en buitenlandse inwijkelingen hebben er de handen in elkaar geslagen om er cultuur en natuur op een zo verantwoorde en doordacht mogelijke manier aan te bieden, waarbij niet enkel de buitenlandse eigenaars het geld in de zakken steken. Het Belgische ViaVia Café (http://viaviacafe.com/) vormt zowat het centrum waar beiden elkaar ontmoeten. En wat stond ik versteld toen ik daar plots Mevrouw Dol tegenkwam, mijn lerares Frans op de Steinerschool. Ze was er zomaar even de eigenares!
Het 'arme' Nicaragua?
Van Costa Rica naar Nicaragua, een groot verschil dat zich vooral laat merken door een plotse terugval qua uitgaven. Overnachten doe je er gemiddeld voor 4.5 en ook eten kost er haast niet. Plots zie je er niet meer de enorme shoppingsmalls met gigantische supermarkten, mensen kopen groenten en fruit op de markt of aan de talrijke kraampjes op straat en klerenwinkels heten plots ‘Ropa Americana’ waar je zo goed als enkel tweedehandsspullen aantreft. Een gemiddeld maandloon ligt er tussen de 150 en 200 dollar. Wat het precieze verhaal achter Nicaragua is, weet ik ook niet precies helemaal. Het heeft er alvast veel mee te maken dat de nationale politiek en economie bestaat uit een olieargie, wat betekent dat het in handen is van enkele zeer rijke Nicaraguaanse families die zich vermaken met hun centen in de Verenigde Staten... (pf zoiets in die aard).


De verrassende Hondurezen...
Over Honduras hoorden we niet veel goeds... de mensen zijn er niet zo aangenaam, je wordt er nogal wat afgezet, je komt er amper andere toeristen tegen en er bestaan veiligere plaatsen op aarde. In een ruk dan maar door het land bussen en 14u later stonden we opnieuw oog in oog met de Caraïbische kust. En plots spraken ze op Utila geen Spaans meer, maar een of andere vettig klinkende mix van Spaans en Engels. The Bay Islands vormen er een klein paradijsje voor duikers. Sarah werd op Utila een Open Water Diver, Valerie en ik kregen een udate naar Advanced Open water. De onderwaterwereld was er veel mooier dan onze vorige belevenis in Colombia: de koralen zijn er bijzonder kleurrijk, de vissen talrijk en de felle zonnestralen maakten het alles tot een zeer bijzonder schouwpel daar zo beneden zeeniveau in het massale water. Duiken in het donker wanneer de zon onder was, leek als een beetje ronddwalen in een droom.
En wat wij van de hondurezen vonden? Natuurlijk moeilijk te zeggen na zo´n korte tijd. Bepaald vreindelijk vond ik ze niet en hun pogingen om ons op het verkeerde been te zetten waardoor ze meer geld dan nodig konden aftroggelen, waren talrijker dan ooit. Dus misschien is er wel iets van aan...

Het fenomeen: Wifi
Wat sta ik versteld van heet aantal aan laptops, Iphones, smartphones en zelfs Ipads die reizigers telkens weer uit hun rugzakken toveren! Geen moment heb ik er aan gedacht mijn laptop mee te nemen, wat kostbaar en wat een gezeul! Maar het is dus ‘in’, bijzonder in, om het wel te doen en je hoort er zowat compleet niet bij wanneer je deze elektronische dingen niet bij je hebt. In elke hostel is er tegenwoordig gratis ‘wifi’ beschikbaar en de losers moeten betalen voor internet in een internetcafé. Kom je toe in een hostel, wil je gezellig keuvelen met andere gasten, zitten ze allemaal vastgeklemd achter hun digitale machientjes, Facebook en Skype aan kop. Gezellig. ‘Ik reis alleen’ zeggen ze dan. Das dus niet waar hé, hun vrienden zijn er elke avond allemaal virtueel bij. Zo kan ik het ook hoor. Gelukkig heb ik nen bijzonder hippen Nokia en kan ik toch óók Solitaire spelen. Enige vorm van argwaan of jaloezie? Ik denk het niet... maar waarom ga je reizen als je elke avond verbonden bent met het thuisfront? En ja hoor, natuurlijk is het best wel handig op sommige momenten en moeten ze niet op zoek naar een internetcafé met een deftig werkende computer. Maar toch...

En toen dronken we voor de laatste keer met ons drietjes een cocktail, in een bar gestut met palen boven het zeewater en was het tijd voor Sarah om weer huiswaarts te keren.
Op Valentijnsavond verbleven Valerie en ik en ’s werelds meest gevaarlijke stad, San pedro Sula en ging het verder naar Copan, voor de eerste keer op zoek naar Maya roots. Kleine straatjes, alweer kleurige gevels, bloemen en tuktuks, palmbomen en straatventers droegen bij aan de charme van dit kleine dorp. 
En er was meer: de ViaVia hier had zomaar even een lading aan Blonde Leffe, voor mij kon de avond niet meer stuk.


Charlotte x


donderdag 9 februari 2012

Rijkelijk Costa Rica

Eén paspoort minder… = meer Costa Rica
Onophoudelijk  trekken reizigers  in  noordelijke of zuidelijke richting doorheen Centraal en Midden-Amerika. De meesten onder beperken zich slechts tot een snelle doortocht doorheen Costa Rica wegens `bijzonder prijzig’. Onterecht, aldus  mijn kleine, bescheiden mening: transport en overnachtingen blijven gemiddeld even duur (goedkoop) als in de rest van de landen waardoorheen we onze wegen baanden, enkel voor voedsel betaal je enkele dollars meer – wat dan nog steeds een heel pak goedkoper is dan in ons eigenste Apenlandje. En o, wat is Costa Rica op haar beurt weer op haar eigen manier heerlijk mooi. Ook hier weten de glooiende heuvels, de verscheidenheid aan groen, gebergtes en ontelbare stroken Pacifische en Caraibische kust van geen ophouden. Ik val in herhaling, ik weet het, maar ik had me vooraf maar moeilijk kunnen inbeelden hoe overweldigend deze hoeveelheid aan onophoudelijke natuurtaferelen konden zijn. Daarvoor wil ik gerust een dollar meer neertellen, en terecht.

Toegegeven,  ook wij hadden ons vooreerst laten vangen:  om budget te besparen zouden we niet te lang in Costa Rica blijven. Het lot besliste daar echter anders over: je mag het land niet uit wanneer je je paspoort verliest en het zou een tiental dagen duren voor Valeries paspoort San José zou bereiken. Gevangen in een land zo  rijkelijk voorzien van zoveel fraaie plekken, dat bleek nu toch ook weer niet zo erg. Ideaal om de zogenaamde ´veel te dure’ mythe te doorbreken en proberen op zoek te gaan naar lokale pracht.  

Familie Fallas + Sanchez
Moeilijk bleek deze zoektocht niet te zijn toen twee Costa Ricaanse families ons  elke op hun beurt in hun armen sloten. Met veel dank aan Tine (!) die 7 jaar geleden met AFS voor een jaar naar Costa Rica trok en nu nog steeds een bewonderenswaardig goed contact met haar Costa Ricaanse familie onderhoudt. ´Vriendinnen van Tine zijn ook onze vriendinnen’ zo klonk het. Deze bende prettig gestoorde ´Tica´s’ (lokale woord voor Costa Ricanen) gidsten ons doorheen hun mooie woonwijken in de uithoeken van San José, reden ons doorheen de berglandschappen, brachten ons tot boven de wolken op de toppen van vulkanen (waar de temperatuur tot onder nul daalde) en schotelden ons de lekkerste maaltijden voor. Heerlijk was om niet elke keer weer routes te hoeven uitstippelen, over busprijzen te onderhandlen of op zoek te gaan naar een nieuwe plek om te overnachten of eten. 
Dani, Elsa, Mami
Actieve Vulkaan Poas
0 graden en Birkenstocks bovenop Vulkaan Irazu, geen topplan...
Las hijas Belgas
En wat was het leuk om eventjes in een huiselijke sfeer te vertoeven en ‘s ochtends gezellig aan de ontbijttafel te zitten.  Ik stond versteld van hun enorme gastvrijheid waarmee we werden verwend en de liefde die ze ons, toch ietwat nobele onbekenden,  schonken. En op zulke momenten, wanneer ik mijn dank niet kan verwoorden zoals ik het zou willen in de vorm van gezellige gesprekjes en ik heel wat vragen maar niet spontaan gesteld krijg, krijg ik het dan moeilijk: mijn brabbel PSaans blijft erg oppervlakkig, de taalbarriere wordt bijzonder uitvergroot en smak tgewoon  kei hard in je gezicht. Gelukkig lukt het dan om me niet enkel met woorden uit te drukken en zorgen ook daden ervoor dat je grotendeels begrepen wordt in wat je wenst uit te drukken.
Sarah nr 2
Amper anderhalve week nadat Sara  na haar blitsbezoek weer huiswaarts keerde, verwelkomden Valerie en ik alweer een nieuwe Sarah (net op tijd de koude in Belgie ontvlucht zo bleek later…) inclusief een kilo of twee aan chocolade, een stapel leesvoer, koekjes en zomaar even 3 echte Duveltjes! Wat een aangename verrassing was haar komst, slechts drie dagen voordien had ze haar ticket geboekt. Het leven is aan de durvers! En wie speciaal uit België overvliegt, verdient allereerst een beetje zon en golvend zeewater. Ons verplaatsen per bus of boot maken deze hele trip al een belangrijk deel uit van ons ‘reizen’. En dan gaat het niet over even een uurtje de bus op: ritten van minder dan 5 uur vinden we ‘kort’, een dag uitrtrekken om weer een nieuwe bestemming te bereiken is normaal.  Zo ook tijdens onze tocht naar Peninsula de Nicoya, een stukje exotisch Costa Rica omgeven door de Pacifische Oceaan per bus waarin meer mensen dan zit- en staanplaatsen worden gepropt en een bedenkelijke overvolle ferry. Maar ach, we werden weer verwend van een pracht van een zonsondergang en ook wel mannelijk schoon.


Surfers do have more fun…
De zuidelijke kust van Peninsula de Nicoya (Malpais-Playa Carmen-Santa Theresa)  is vooral erg gegeerd door ‘grave’ surfboys en- chicks omwille van de simple reden dat de golven er bijzonder ‘amazing’ zijn. Om de beste golven te kunnen ‘catchen’ staan de echten dan ook al voor dag en dauw op hun ’board’ hun grave ‘tricks’ te showen. Wanneer de golven later op de dag iets minder ‘woooow’ zijn en de ‘real’ surfers wat aan hun spiermassa gaan werken, is het onze beurt, d 'Wannabe’s'.  Na intens oefenen, waren we dan ook een paar schaafwonden rijker op onze kniëen en armen en ‘s anderendaags bijzonder stijf,  maar konden we wel tegen iedereen zeggen dat we absoluut al rechtstaand een paar golven ‘gecatched’ hadden... Vakjargon, de meest geschikte -doch bedenkelijke- outfit, ‘attitude’ en ‘booze’, het hoort er allemaal bij...  Naast al dat surfgeweld blijft het nog steeds een mooie omgeveing, een fijn reisgezelchap, een uitdaging om met 15 man tegelijk in één keuken te koken, zijn de golven bijzonder en gevaarlijk groot en vraagt het aan enige vorm van kracht, lenigheid, durf en een stevige bikini om deze te doorworstelen. 

100 dagen weg van huis
Onze laatste stop in Costa Rica werd Monteverde, zoals de naam zegt: een prachtig stukje aan groen gekleurde berglandschappen en nationale parken. Overdag heerlijk warm, ‘s avonds een deugddoend briesje. En toen was ik plots 100 dagen van huis weg, ideaal voor een ietwat ‘speciale’ activiteit zo leek me: bungeejumpen! Niet dat dat persé op mijn ’to do’ lijstje stond, maar leuk dat dat was! Niet van een brug of gebouw springen, maar van een soortement van kabelbaan-kotje, gespannen tussen twee bergflanken. ! En zo leer je dat je voor 147m vrije val amper 3seconden nodig hebt….


En zo bracht alweer een helse busrit en een zonsopgang om u tegen te zeggen, ons dichter bij een volgende landsgrens: Nicaragua.

 Charlotte x