Grensposten, een wereld op zich
En zo staken we voor de eerste keer per bus de grens over. En niet zomaar een bus: dé Benni Bus (check via Facebook!). Trotse eigenaars van deze bus zijn een prettig gestoord Hollands koppel die na 8 maanden reizen doorheen Zuid Amerika plots op een avond (en na 4 Long Islands...) op het idee kwamen naar Texas te vliegen, daar een oude, grote, gele schoolbus te kopen en deze om te bouwen tot een rijdend hostel. 6 bedden zijn er beschikbaar voor wie met deze bus mee wil, op een gezapig tempo rijdend langs de kustlijn van Centraal Amerika. Van Texas ging het tot Panama City en nu waren ze weer op de terugweg, ongeveer halverwege, de grens over tuffend tussen Costa Rica en Nicaragua. Zo ontmoetten we mensen die vier, vijf en meer dan zes weken met de Benni Bus hadden gereisd. Een douche en toilet zijn er helaas niet aanwezig, maar wel altijd ergens een hostel te vinden die deze fijne hippies een beetje schoon water aanbiedt.
Natuurlijke schoonheid
Nicaragua is een bijzonder groot land, toch is het enkel het westelijke gedeelte van het land dat dichtbevolkt is. De zuidelijke kust is vooral in trek bij de surfers en zij die wel graag eens een ‘goei feestje’ bouwen. Vooral Amerikanen zo bleek, met toch wel een klein beetje een ‘I don’t care’ gehalte rond zich (zonder uiteraard te veralgemenen he!) Echt interesse in het land lijken ze niet te hebben, zolang er zon, drank en een op te scharen scharrels aanwezig zijn, lijken ze het allemaal ‘perfect’ te vinden. Kan ik hen dat kwalijk nemen dat ze amper een uur of 4 nodig hebben om naar een exotisch land te vliegen waar het leven zoveel goedkoper is...? Wellicht niet.
Maar o, como me gusta Nicaragua!
Het weer was er heerlijk, de bergen groener dan groen, de bloemen dieprood, roos, oranje en paars en de vulkanen bijzonder talrijk. Het zuiden van het land wordt ingenomen door een bijzonder groot meer waarvan Isla de Ometepe het grootste eiland is. De vissersboot die ons naar het eiland bracht vroeg slechts de helft van de prijs dan de ferry, en we hadden het geweten: niet van de boot schommelen en het water in geslingerd worden bleek een bijzonder grote uitdaging. Hoge golven? In een meer...? Dat vroegen wij ons ook af. Het heeft blijkbaar iets te maken met de samenkomst van 2 winden boven het meer... Slechts een paar wegen doorkruisen dit bijzondere eiland uit niet veel meer bestaat dan twee vulkanen die boven het water pieken. De beklimming van Volcán Maderas was pittig, nat en bijzonder glibberig, maar een fijne afwisseling na de hitte aan de kust.
| Aan het kratermeer |
Yummie!
Hoe noordelijker we reizen, hoe vaker nacho’s, taco’s, burrito’s en andere van deze lekkernijen op het menu staan. Heerlijk om deze te kopen aan de kleine stalletjes op straat. Je denkt ‘ík heb honger’, kijkt naar rechts en twee minuten later heb je een heerlijke maaltijd in je handen. Granada en León, twee koloniale pareltjes, staan vol van deze kraampjes.
Het toeristische Granada bestaat uit een heerlijke mozaïek aan kleur, maar het heeft naar mijn aanvoelen net iets te veel van haar lokale charme verloren: alles is er afgestemd naar de goesting van buitenlanders. In Léon daarentegen vind je een goeie mix van beiden terug: een bijzonder geëngageerde groep van Nicaraguezen (Nicaraguanen?) en buitenlandse inwijkelingen hebben er de handen in elkaar geslagen om er cultuur en natuur op een zo verantwoorde en doordacht mogelijke manier aan te bieden, waarbij niet enkel de buitenlandse eigenaars het geld in de zakken steken. Het Belgische ViaVia Café (http://viaviacafe.com/) vormt zowat het centrum waar beiden elkaar ontmoeten. En wat stond ik versteld toen ik daar plots Mevrouw Dol tegenkwam, mijn lerares Frans op de Steinerschool. Ze was er zomaar even de eigenares!
Het 'arme' Nicaragua?
Van Costa Rica naar Nicaragua, een groot verschil dat zich vooral laat merken door een plotse terugval qua uitgaven. Overnachten doe je er gemiddeld voor € 4.5 en ook eten kost er haast niet. Plots zie je er niet meer de enorme shoppingsmalls met gigantische supermarkten, mensen kopen groenten en fruit op de markt of aan de talrijke kraampjes op straat en klerenwinkels heten plots ‘Ropa Americana’ waar je zo goed als enkel tweedehandsspullen aantreft. Een gemiddeld maandloon ligt er tussen de 150 en 200 dollar. Wat het precieze verhaal achter Nicaragua is, weet ik ook niet precies helemaal. Het heeft er alvast veel mee te maken dat de nationale politiek en economie bestaat uit een olieargie, wat betekent dat het in handen is van enkele zeer rijke Nicaraguaanse families die zich vermaken met hun centen in de Verenigde Staten... (pf zoiets in die aard).
Van Costa Rica naar Nicaragua, een groot verschil dat zich vooral laat merken door een plotse terugval qua uitgaven. Overnachten doe je er gemiddeld voor € 4.5 en ook eten kost er haast niet. Plots zie je er niet meer de enorme shoppingsmalls met gigantische supermarkten, mensen kopen groenten en fruit op de markt of aan de talrijke kraampjes op straat en klerenwinkels heten plots ‘Ropa Americana’ waar je zo goed als enkel tweedehandsspullen aantreft. Een gemiddeld maandloon ligt er tussen de 150 en 200 dollar. Wat het precieze verhaal achter Nicaragua is, weet ik ook niet precies helemaal. Het heeft er alvast veel mee te maken dat de nationale politiek en economie bestaat uit een olieargie, wat betekent dat het in handen is van enkele zeer rijke Nicaraguaanse families die zich vermaken met hun centen in de Verenigde Staten... (pf zoiets in die aard).
De verrassende Hondurezen...
Over Honduras hoorden we niet veel goeds... de mensen zijn er niet zo aangenaam, je wordt er nogal wat afgezet, je komt er amper andere toeristen tegen en er bestaan veiligere plaatsen op aarde. In een ruk dan maar door het land bussen en 14u later stonden we opnieuw oog in oog met de Caraïbische kust. En plots spraken ze op Utila geen Spaans meer, maar een of andere vettig klinkende mix van Spaans en Engels. The Bay Islands vormen er een klein paradijsje voor duikers. Sarah werd op Utila een Open Water Diver, Valerie en ik kregen een udate naar Advanced Open water. De onderwaterwereld was er veel mooier dan onze vorige belevenis in Colombia: de koralen zijn er bijzonder kleurrijk, de vissen talrijk en de felle zonnestralen maakten het alles tot een zeer bijzonder schouwpel daar zo beneden zeeniveau in het massale water. Duiken in het donker wanneer de zon onder was, leek als een beetje ronddwalen in een droom.
En wat wij van de hondurezen vonden? Natuurlijk moeilijk te zeggen na zo´n korte tijd. Bepaald vreindelijk vond ik ze niet en hun pogingen om ons op het verkeerde been te zetten waardoor ze meer geld dan nodig konden aftroggelen, waren talrijker dan ooit. Dus misschien is er wel iets van aan...
En toen dronken we voor de laatste keer met ons drietjes een cocktail, in een bar gestut met palen boven het zeewater en was het tijd voor Sarah om weer huiswaarts te keren.
Op Valentijnsavond verbleven Valerie en ik en ’s werelds meest gevaarlijke stad, San pedro Sula en ging het verder naar Copan, voor de eerste keer op zoek naar Maya roots. Kleine straatjes, alweer kleurige gevels, bloemen en tuktuks, palmbomen en straatventers droegen bij aan de charme van dit kleine dorp.
Charlotte x



1 opmerking:
Wat een leven, zucht, toch eens goed nadenken over hoe wij dat hier aanpakken, dankjewel voor de gezichtsverruiming :-)
Een reactie posten