Voorjaar 2012 - Centraal-Amerika

vrijdag 15 juni 2012

Als filmster in El Salvador










10 om te zien
El Salvador, het laatste te ontdekken land in een rijtje van 10. Een land dat door de meeste “backpackers”  gelaten wordt voor wat het is wegens (indianen)verhalen die deze bestemming als ‘te gevaarlijk’ benoemen. Als je er niet hoeft te zijn, dan laat je het maar beter letterlijk links liggen.

Na alle andere landen van Centraal-Amerika doorkruist te hebben, kon ik niet anders dan ook dit land van mijn voetafdrukken te voorzien. Maar er was meer… want goede vriend Daan had zich ondertussen in San Salvador, de hoofdstad, gevestigd om er 6 maanden te werken voor een NGO. Een reden te meer dus om anderhalve dag te reizen al liftend, per mini bus, giga bus, taxi en boot, vanuit Belize, de Caraïbische Zee, doorheen Guatemala om uiteindelijk de grens met El Salvador over te steken. 

De Redder

El Salvador is het dichtstbevolkte land van Centraal-Amerika met haar 7 miljoen inwoners voor een oppervlakte die ongeveer één derde kleiner is dan die van België. Vooral de hoofdstad is bijzonder druk: grote wegen, kronkelende bruggen en veel te veel auto’s, kleine microbussen en de ondertussen bekende grote, oude Amerikaanse schoolbussen maken van de stad niet meteen de meest rustige en aangename plaats om te vertoeven. Verkeersregels gelden er amper, de putten in de weg zijn verraderlijk en gevaarlijk. Bovendien is het er broeierig heet zo onder de bijeengepakte donkere donderwolken die boven de stad hangen. “El Salvador”, letterlijk vertaald “De Redder”, en die eer gaat wat mijn verblijf  betreft volledig naar Daan en zijn klassebak op 4 wielen waarmee hij mij foutloos doorheen de drukke straten van San Salvador loodste.  Liever hij dan ik.

Het was ook hij die me zei: “Je hoeft je niet al te veel zorgen meer te maken, want het aantal moorden per dag is de afgelopen twee maanden gedaald van 14 naar 5”. Geen zorgen... allemaal goed en wel, maar toch voelde ik me nog steeds niet helemaal op mijn gemak. Niet dat ik me echt angstig of onveilig heb gevoeld, ik had meer het gevoel dat ik op sommige plaatsen gewoon niet hoorde en het feit dat iedereen me overal gezien had me dat eerder van een onbehaaglijk gevoel voorzag. 



Ik vermoed dat het vooral de negatieve verhalen zijn die de ronde gaan die je onrustig maken, want ik kan niet anders dan vaststellen dat El Salvadorianen echt bijzonder vriendelijke personen zijn en ten allen tijde bereid zijn je te helpen. Dat deze gesprekken en de hulp van personen van het mannelijke geslacht meestal eindigde naar de vraag  van mijn telefoonnummer en of ik hun Facebook vriend wilde worden, moest ik er dan maar bij nemen. 



Hoe het allemaal exact in elkaar zit, weet ik niet precies. Daarvoor weet ik te weinig af van de voorgeschiedenis en de socio-culturele context van het land. De onrust heeft in ieder geval te maken met rivaliserende bendes die elkaar het leven bemoeilijken. Drugs, illegale praktijken, eer en corruptie hebben er ook mee te maken. Het zijn in de eerste plaats niet toeristen die hoeven te vrezen. Het gaat in de meeste gevallen om afrekeningen tussen de bendes. Wat je ervan merkt is dat mensen op hun hoede zijn en dat de sfeer in het centrum van de stad eerder grimmig is. Boodschap van Daan wanneer we voor een rood licht stonden in het centrum was dan ook “raampjes dichtdraaien!” waarna we wanneer het licht op groen sprong ze puffende en kreunend onder de hitte weer open draaiden. Ook overal zie je bewakers met bijzonder grote wapens, zelfs aan de ingang van de bar waar je even een pintje gaat drinken.

Regen

Het regenseizoen begint in Centraal-Amerika in mei. Tijdens mijn laatste drie weken aan de andere kant van de Oceaan heb ik dan ook meer regen gezien en gevoeld dan in de voorgaande 7 maanden samen.  Donderknallen waren nooit eerder zo luid en tegelijk liep het zweet als een vrolijke riviertje over mijn rug, want wat was het zwoel en drukkend warm. Daan moest tijdens de week werken wat betekende dat ik er enkele dagen zelf op uit trok. Busverbindingen van de ene plek naar de andere gaan gepaard met bijzonder veel overstappen en een dosis geduld en een onvermijdelijke verhoging van je pijngrens wat betreft je tere staartbeentje: bussen zitten overvol, de beschikbare zitruimte is behoorlijk miniem, het lawaai dat ze maken kan niet anders dan schadelijk zijn voor je trommelvlies (en wij maken in België dan heel der rellen over de decibels en gehoorschade) en de vele stops om passagiers in en uit te laden zorgen niet bepaald voor een razendsnel tempo. Maar goed, uiteindelijk brengen deze giants je wel weer naar onvergetelijke en adembenemend mooie plekken.

Zo aanschouwde ik alweer oneindige bergflanken, een impressionant stuwmeer, piekten  vulkanen opnieuw hoog boven het landschap uit en waren de dorpjes langsheen de “Ruta de Las Flores” (hoewel de bloemen die talrijk zouden bloeien langsheen deze weg helaas niet in bloei stonden) koddig en kleurrijk.


De eenzame filmster

Laagseizoen en de slechte reputatie van het land die leeft onder avonturiers, trekken maar weinig toeristen aan. Nooit eerder kwam ik zo weinig dappere reizigers tegen, vaak was ik de enige logé in de hostels. En dat was ik niet gewend. Heerlijk rustig, dat wel, maar wanneer de regen loeihard op het dak klettert en je niet even naar buiten kan om te ontdekken of een praatje te maken, voel je je behoorlijk op je eentje. 

In de drukke straten, op de markt, in de kleurrijke dorpen met charmante kasseistraatjes, op de bus in de shoppingmalls… was ik vaak de enige die er niet uitzag als een inwoner van het land. Het leek ook alsof mensen niet gewend waren blanke buitenlanders te zien. Feit dat ik dan nog eens lang was en als maar blonder werd, hielp niet meteen om ongemerkt mijn gang te gaan. Ik kon me plots even inbeelden hoe filmsterren zich zouden moeten voelen.


De grave surfer en de avontuurlijke vulkaanbeklimster

Heel anders dan het fijn witte zand en het azuurblauwe water van de Caraïben, is de kust in El Salvador bijzonder ruw, de kliffen indrukwekkend diep, het zand donker zwart en de golven vaak gevaarlijk hoog maar ideaal om je beste surftricks boven te halen. Zo staat het kustdorpje El Tunco bekend om haar “amazing waves” en behoort het tot één van ‘swerelds beste plekken voor ervaren surfers.


Hoewel El Salvador me al bijzonder veel moois had laten zien, was ik nog steeds onrustig en op zoek naar de plaats of het moment en een soort van overweldigend “iets” dat me van mijn sokken zou blazen. Het was de beklimming van Vulkaan Santa Ana die van deze onrust kon bevrijden en het wellicht schopt tot meest imposante vulkaanervaring van mijn hele reis. Het was al dagen grijs en regenachtig, maar ik moest en zou mijn kans wagen. Niets anders dan witte mist zagen we tijdens de twee uur durende beklimming. Geen uitzicht over de andere vulkanen of het meer, helemaal niets en dan begon het nog te regenen ook.


En toen, als een wonder, klaarde het plots -zo helemaal uit het niets- gedurende de volledige tien minuten die we boven aan de krater besteedden volledig op. Knal blauwe lucht en een schroeiende zon.  En op het moment dat we de terugtocht aanvatten verdween de zon weer en bevonden we ons weer in de dikke mist.

WAAUW.

Dankjewel.
El Salvador is misschien niet meteen de meest voor de hand liggende bestemming, maar o zo jammer dat het door velen overgeslagen wordt. De kust, de bergen, vulkanen, grote meren en overvloed aan groen, de unieke geschiedenis van het land en de gastvrijheid van de inwoners, wat mij betreft genoeg troeven om dit land te willen ervaren.

En mijn bewondering gaat toch ook wel uit naar Daan, die toch wel in een getto van de stad als lange blanke man zomaar even in het lokale leven duikt, ongeacht van de voornamelijk negatieve verhalen die ons over dit land ter oren komen. Een goeie antropoloog, zeg dat wel, ondanks het feit dat het leven van de gemiddelde El Salvadoriaan vaak behoorlijk anders beleefd wordt dan hoe wij het kennen en gewend zijn. Ik vermoed dat voornamelijk de begrippen “ontspanning” en “vriendschap” – voor ons toch wel van groot belang en noodzakelijk in het leven- zijn die vaak op een heel andere manier beleefd worden dan hoe dat wij invulling aan deze zouden geven.

En toen had ik nog maar plots 3 dagen voor een vliegtuig me van de ene wereld naar de andere zou brengen…

Charlotte x

1 opmerking:

Bruno Verschaeve zei

Dankjewel voor je reisverhalen! Tot binnenkort.