Voorjaar 2012 - Centraal-Amerika

zondag 27 mei 2012

Go Slow, Belize

Many cultures, one country


Belize, een land waarbij ik me maar weinig kon voorstellen. Dat ze er Engels spraken en het een vreemde eend in de bijt zou zijn ten midden van een Latijns Amerikaanse omgeving. En natuurlijk dat de Carlos uit “Thuis”, de broer van Marianne, weet je nog, er ooit naar migreerde. 1 ding kan ik alvast meteen meedelen: de Carlos past echt niet in Belize! Niet echt doortastend onderzoek dus door de producenten van mijn ooit favoriete, dagelijkse soap.
Belize is in oppervlakte net iets kleiner dan België, maar telt amper 310.000 inwoners. Het land is bijgevolg bijzonder dunbevolkt, de jungle is er oneindig, de kustlijn kilometers lang, de eilanden ontelbaar, verlaten en o zo veel paradijselijker dan het drukke Mexico. Wat een rust, wat een verademing. Maar Belize is vooral een land met een bijzondere mix aan inwoners, waarbij de gelaatskleur van de meesten onder hen zwart kleurt, zij met Caraïbische en Afrikaanse roots. Een andere grote groep bestaat uit de Mestizo’s ofwel personen van gemengde Europese/Indiaanse afkomst gevolgd door Indianen, afstammelingen van de Maya bevolking. Opmerkelijk echter is de aanwezigheid van het grote aantal Chinezen die, zonder uitzondering, elke winkel met etenswaren (alias minisupermarkten) uitbaten. Maar ook Libanezen, Indiërs, Europeanen en een hele berg aan Amerikanen maken deel uit van de inwoners van dit opmerkelijke land. Het Engelse accent klinkt er heerlijk vettig en je vergeet meteen je in Centraal Amerika te bevinden. Bob Marley schalt zowat overal uit de boxen, rastakleuren kleuren het straatbeeld en de rum is er ongewoon lekker. De overwegend donkere huidskleur en bijzondere mix aan personen, de houten huizen, roodgekleurde aarden wegen en de hoeveelheid aan kip en rijst deden me denken aan mijn tijd in Suriname.


Caraïbische Pracht
Een grote weg doorkruist het land van Noord naar Zuid, aan de westelijke zijde omgeven door overweldigend veel groen, aan oostelijke zijde door een Caraïbische Zee om u tegen te zeggen. De diepgroene hectaren aan vasteland en het overweldigende blauw als groot contrast, maar slechts enkele kilometers van elkaar verwijderd, Ongewoon. Na goed een half jaar `backpacken´ bleek ik nood te hebben aan ‘vakantie’. ´Excuseer?´ hoor ik velen onder jullie misschien denken… ja hoor, het altijd onderweg zijn is bijzonder vermoeiend. Vakantie dus, ofwel niet steeds opnieuw van de ene plek naar de andere bewegen, inladen en uitladen, nadenken over logische routes, zoeken van de juiste bus en afbakenen van territoria. Rust, daar kon Eli zich ook wel in vinden en dus lieten we de jungle, mayasites en verlaten dorpjes  voor wat ze waren en lieten ons naar één van de bijzonder vele eilanden varen die Belize rijk is.
Caye Caulker werd een eerste bestemming. Een uitgestrekt eiland van amper 100m breed en oorspronkelijk zo’n 6 km lang, maar sinds de jaren ’80 in tweeën gesplitst door de verwoestende kracht van een orkaan. Al bestaan er verschillende theorieën over het ontstaan van ‘The Split’, de naam van det 80m brede watergeul die ontstond tussen beide stukken eiland. Zo zou het volgens anderen het resultaat zijn van het jarenlang over het land slepen van visserboten. Het nam immers te veel tijd in beslag om rond het hele eiland te varen, dan maar liever de boot over het land trekken op een punt waar het eiland het smalst was. De geul werd steeds dieper en breder, de orkaan heeft vervolgens enkel een handje toegestoken.

Uitrusten, een beetje slenteren, hangen, liggen, zwemmen, snorkelen, genieten van het heerlijke weer en elke avond een lekker potje koken, werd voor even onze nieuwe levensstijl en bleek perfect binnen het Beliziaanse leventje te passen. Want `Go Slow’, dat is de ideologie die de gemiddelde Beliziaan nastreeft om de dag door te komen. Niet onlogisch met die loden zon aan de straalblauwe hemel die het leven letterlijk een tand doet terugschakelen. Zweet druipt van je lichaam zonder te bewegen, afkoelen in een Caraïbische Zee is onmogelijk wanneer de temperatuur van het water slechts enkele graden onder je eigen lichaamswarmte ligt. En wat is die zee impressionant! Het Meso-Amerikaanse Barrier Reef dat zich uitstrekt van het noorden van Yucatan, Mexico, tot noordelijk Honduras trekt in Belize al haar registers open. Het leven onder water is er indrukwekkender en kleurrijker dan dat wat ik ooit elders gezien had. De prijzen voor diepzeeduiken zijn er dan ook ongezien hoog… voornamelijk omwille van de hoge prijs van de benzine voor de boten, maar ook omdat zo goed als het hele rif bestaat uit beschermd gebied waarvoor toegangsprijzen betaald moeten worden. Dan maar eerst eens gaan snorkelen om terrein te verkennen. En jongens toch! We zwommen tussen en boven belachelijk levendige en kleurrijke koralen, werden achtervolgd door horden aan vissen, lieten ons masseren door de grootste pijlstaartroggen, aanschouwden curieuze nurse sharks, zweefden boven gigantische schildpadden en lieten ons verbazen door indrukwekkende scholen aan vissen. Dit alles enkel in bezit van zwemvliezen een snorkel en een duikbril, geen enkele zuurstoffles kwam eraan te pas. Abnormaal en ongezien, dat bevestigde ook Eli met ondertussen al meer dan 100 duiken op haar palmares. Pfieuw…


Koop je eigen eiland
Hoeveel eilanden Belize precies telt, weet ik niet. Het zijn er in ieder geval bijzonder veel. Men spreekt vervolgens niet over ‘Becky’s house’ maar over ‘Becky’s Island’. Oorspronkelijk niet het plan, maar na een bijzonder mooie volle maan en een enthousaiste duikinstructrice die ons last minute wist te overtuigen, belandden we op ‘Becky’s Island’. Een boottocht van ruim 4u en 45km ver van het vaste land, bracht ons langsheen adembenemende eilanden met als eindbestemming Northeast Cay, één van de vier eilanden die zich tenmidden van het Glovers Reef, een wondermooi koraalrif, bevindt. Glovers Reef, ruim 32km lang en 12km breed en stuk voor stuk pareltjes van duiksites. Nooit had ik durven dromen dat een gewone sterveling zich hier zou kunnen begeven. Maar Northeast Cay is werkelijk een stukje paradijselijk Caraïben ter becshikking voor de gemiddelde backpacker, in tegenstelling tot sommige andere eilanden waar je duizenden dollars neerteld voor een verblijf. Stromend water was er enkel in de douches, we maakten gebruik van een composttoilet, haalden water met een sulfurgeurtje uit een bron in het midden van het eiland (een bron, ten midden van de zee en geen zout water?? Ik snapte het ook niet goed), behielpen ons met kaarsen omdat de generator het niet deed en gebruikten de satteliettelefoon om het thuisfront gerust te stellen dat alles nog ok was.

Slapen kon je in hutjes boven het water – net iets boven het budget - dus voor ons in de dorm pal in het midden van het eiland, vergezeld van een dappere Canadees (hij ging alleen in het donker snorkelen en belandde vervolgens op het verkeerde eiland), een prettig gestoorde Brit (met een wetsuit in legerprint), een creatieve Zweed (onderwaterfotografie als hobby met bijzonder indrukwekkend aparatuur) en Anneleen, zowaar een landgenote! UIteraard geen winkel te bespeuren op het eiland, dus werden bijzonder geslaagde potlachdineetjes met door de mannen versgevangen vis zowat de norm en kokosnoot een onmisbaar ingrediënt. Zelf te rapen, pellen, breken en uitraspen van kokosnoten was helemaal gratis, en daar er zowat 1000 palmbomen op het eiland stonden, een absolute must! Ook hier werd je verwend wanneer je met snorkel en zwemvliezen het water indook, of wanneer ´savonds de haaien en pijlstaartroggen een showtje kwamen geven terwijl ze de restjes opaten van de karkassen van vers gevangen vis die de zee in belandden. Voor het eerst in mjin leven wandelde ik niet, maar ging ik al snorkelend ik naar ´huis´, onze gezellige dorm.



In search of the whalesharks


Maar waar het uiteindelijk allemaal om draaide, was uiteraard duiken. Duiken alsof je in een aquarium zat of live in een onderwaterdocumentaire. Spektakel troef. Maar er was meer: het bestaan van de magische whale  sharks (walvishaaien) en een ware ´must see´ voor duikers. De kans om ze te zien is echter klein: whale sharks leggen jaarlijks duizenden kilometers af en volgens bepaalde trajecten. Op het juiste moment op de juiste plaats zijn is dus de opdracht en in Belize tonen deze gigantische vissen zich slechts op 1 bepaalde plek ten midden van de Caraïbische Zee en dit enkel in de dagen rond de volle manen van april, mei en juni. En was het toch niet toevallig mei èn volle maan… we moesten onze kans wagen ondanks het bijzonder hoge prijskaartje en zonder de garantie hen te zien. Anders dan tijdens andere duiken is er op deze duikplek zo goed als niets te zien: geen koraal, geen schattige vissjes, geen schittering van de zon, enkel en alleen een massa aan oneindig blauw wat me op den duur een beetje duizelig maakte. Ruim 35 minuten wachten in het blauwe niets werd behoorlijk eentonig, een impressionante haai die je tijden 'normale' duiken zou doen huiveren, deed ons helemaal niets want we waren hier natuurlijk voor de whale sharks. Aiaiai… al daar gingen mijn centen… Maar toen, plots, geheel uit het niets, bijzonder sierlijk, gestaag en onwerkelijk groot doemdem zomaar even 3 gigantische whale sharks op. Onbeschrijflijk, heerlijk, onwerkelijk. En wat gek dat je op zulke momenten niets kan zeggen, nogal moeilijk zo onder water. Dan maar kijken en staren en nog en meer. Waauw.

UnBelizeble!!

En dan was het opneuw tijd voor een afscheid – dag Eli! – en onderweg naar El Salvador, het laatste van de 10 te ontdekken landen en het weerzien van een oude bekende.


 Charlotte   x


1 opmerking:

Bruno Verschaeve zei

Dankjewel, alweer, voor het delen van je avonturen! Ditmaal voor een groot deel onder water. Hoe je nog goed daar en tot een volgende.
Groetjes
Bruno