Voorjaar 2012 - Centraal-Amerika

zondag 25 maart 2012

Guatemala, ofwel de strijd tussen de Maya en de Moderne Hippies

Flores
Nog van dat…
We hoeven er niet over te discussiëren: Guatemala is, zoals iedereen die er ooit al eens geweest was me reeds vertelde, waanzinnig mooi. O jee, ik meen me te herinneren dat ik dit al een keer of tien schreef over alle voorgaande landen waardoorheen mijn  verkenning van het Latijns Amerikaanse gedeelte van onze wereld  me leidde... Maar Guatemala is anders: het is grootser,  verscheidener en kleurrijker in zoveel meer verschillende aspecten dan de rest van Centraal-Amerika (wist je dat Centraal Amerika, dat haar grens kent tussen Colombia en Panama, tot het Noord Amerikaanse continent behoort? Reizen is goed voor je aardrijkskundige kennis, en ook wat hoofdsteden en munteenheden betreft! Nodig me alvast maar uit voor je team voor een volgende quiz). Vulkanische landschappen, hobbelige wegen die je naar de broeierig hete jungle leiden, azuurblauwe waterpoelen verstopt tussen impressionante bergen, diepblauwe lagunes omringd door enkele vulkanen  zon en regen, koloniale kleurrijke steden,… maar misschien is het uiteindelijk de bijzondere geschiedenis en de overlevering  van de oeroude Precolumbiaanse Mayacultuur die het verschil maken (en waar ik als klein, onwetend westerlingetje slechts bijzonder weinig van af weet). 
Adembenemende Lago de Atitlán
Koloniaal Antigua

Een ’traditionele’ samenleving.
De Mayacultuur dus. Geschiedenis en ik, ze gaan niet hand in hand. Niet omdat het me niet interesseert, verre van, maar wel omdat het een o zo lange periode beslaat waarvan we eigenlijk amper iets afweten omdat de overlevering ervan (ik noem het ook wel eens ‘de vertelseltjes’) een bijzonder subjectieve weergave kent. Wie schrijft wat en vanuit welk standpunt en met welk doel worden deze geschiedkundige ‘feiten’ weergegeven? Maar al te vaak vanuit het oog van de veroveraar, of de zogenaamde ‘deskundige’. Ik hou er wel van om mijn eigen verhaaltjes te maken en te geloven in de dingen die ik als waardevol acht en ook wel dat wat ik in hedendaagse straatbeeld waarneem. Eveneens erg subjectief natuurlijk. Velen noemen Guatemala en haar inwoners  dan ook nog steeds  erg ‘traditioneel’. Wellicht omdat het straatbeeld gekleurd wordt door zaken en symbolen die wij als traditioneel benoemen: de ‘indigenas’ lopen rond in de ‘typische’ kleurrijke klederdracht, vrouwen dragen hun lange zwarte haren in vlechten waarin gekleurde linten verwoven zitten, mannen rijden paard en dragen een cowboyhoed, ‘oude’ ambachten worden er nog steeds beoefend, honderden kraampjes met etenswaren en typische objecten zoals lederwaren en alle mogelijke draagtassen geven letterlijk kleur aan het leven. Als deze tradities nog steeds overleven, kunnen we ze dan niet gewoon als het hedendaagse benoemen? Voor mij redenen genoeg om dit traditionele als het dagelijkse en op een eigen manier ‘moderne’ leven beschouwen en niet tot iets authentiekste verheven.
 
  
Op zoek naar ‘De Maya’.
Maar goed, uit curiositeit trok ik dan ook maar naar Guatemala’s meest bekende Mayaruïnes in Tikal (Flores), het noorden van het land, wat  één van de grootste Maya steden ten tijde van de Klassieke Periode (250 tot 900 AD.) zou zijn geweest. En ik moet bekennen: ik was onder de indruk. Zomaar ver weg in het niets, in de dichtbegroeide jungle rezen tientallen tempels hoog boven de wolken uit en waande je je doorheen een site die ooit bewoond werd door belangrijke Maya heersers. Hoe heeft men ooit deze immense tempels kunnen bouwen? Waarom bleven deze overeind en sneuvelden een hele hoop anderen wel? En hoe zagen woningen van de gemiddelde Maya zoveel eeuwen geleden eruit? Enige verdieping in geschiedkundige feiten zou geen kwaad kunnen natuurlijk, maar ik vind het even goed om onwetend te blijven. Mensen noemen deze indrukwekkende ruïnes de overblijfselen van ’de Maya’. In deze regio van het land beschouwt men zich niet als een ’overblijfsel’, inwoners noemen zich hier terecht ‘Maya’.  Naast Spaans, wat nog steeds de officiële taal is, bestaan er tevens een heleboel aan onofficiële Maya- talen waarvan K'iche en Q'eqchi wellicht de meest gekende zijn. En ze zijn bijzonder onverstaanbaar, dat kan ik je zeggen. Ooit gekoloniseerd en ondergedompeld in christelijke sferen, maar ‘de Maya’s’ are still alive en integreerden het christendom in eigen denkptaronen.

Vulkanische pracht
In noordelijk Guatemala zweette ik me helemaal dood zonder een millimeter te hoeven bewegen, in en rond de hooglanden (westelijk Guatemala) ging  ik naarstig op zoek naar al mijn warme kleren om me enigszins warm te kunnen houden. Temperaturen overdag waren brandend heet maar daalden ‘s avonds, en erg onverwacht, drastisch. Zomer en winter  in één en dezelfde dag, dat was nieuw. Zo ook in het koloniale kleurrijke Xela (Quetzaltenango) gelegen in Guatemala’s hooglanden, 2300m. De ideale omgeving om me aan een serieuze ‘hike’ te wagen. De nachtelijke beklimming van de vulkaan Sant Maria, inclusief indrukwekkende zonsopgang, liet ik aan me voorbij gaan wegens ‘te vermoeiend’ en ‘geen nachtrust’ omwille van massaal veel wind en ijskoude koude. Maar de tocht  die wij uitkozen bestaande uit ruim 30km stevig stappen overheen talrijke bergflanken kon toch ook wel tellen! Voornamelijk het dalen was moeilijk, gevaarlijk en bijzonder pijnlijk voor mijn tenen die uren lang tegen de voorkant van mijn schoen drukten. Maar wat was het de moeite waard! Uitzichten waarbij je de honderden kilometers verder gelegen vulkanen kon tellen, de Pacifische kust aan de horizon zag opdoemen en tot over de grens met Mexico kon kijken, staan op mijn netvlies gebrand: wat een oneindige oneindigheid. Dit alles vergezeld van een groep fijne mensen, bittere kou in de ochtend en liters zweet wanneer de zon het beste uit zichzelf haalde.   

De moderne hippies.
Van de natuurlijke rijkdommen naar de gecreëerde ‘fun’. De landen van Centraal Amerika mogen dan wel allemaal onafhankelijk zijn, het lijkt wel of er zich een nieuwe (of nooit beëindigde?) verovering van dit gebied voordoet en dan wel door vreemdsoortige groep, jonge, blanke, vrijzinnige hippies (zo noem ik hen graag) op zoek naar stukjes land en een manier van leven die ze blijkbaar in hun thuisland niet terugvinden.  Ze vestigen zich vervolgens het liefst in een bijzonder mooi stukje land en openen er ’laid back’ hostels waarbij happy hours een absolute must zijn. Hierbij proberen ze er  een  soortement van zeer ‘welcoming’ sfeer te creëren die reizigers al dan niet voor enkele weken/maanden doen blijven plakken. Een soort commune wordt gesmeed, lichtvormige soorten van drugs zijn ook wel aanwezig, maar vooral drank en parties vormen een onmisbare factor om het geheel als geslaagd te beschouwen. Plots eet je geen burrito’s, taco’s of nacho’s meer, maar wel salade met feta en basilicum, alle mogelijke pasta’s, Thaise of Israëlische gerechten. En natuurlijk vind ook ik het leuk om een keertje even niet bus in bus uit te moeten bewegen, een heleboel andere reizigers die zich op dezelfde plek bevinden te ontmoeten en een keertje de bloemetjes buiten te zetten.  Op deze verwesterde plekken, de blanke zones, verwijst buiten de prachtige natuur zo goed als niets meer naar het feit dat je in  Guatemala bent... 

 


Maar tegelijk is het allemaal erg dubbel: deze toeristische boost is goed voor de lokale economie die zich enkele honderden meters van het toeristische gedruis afspeelt.
En sommigen onder deze buitenlandse inwijkelingen proberen werkelijk hun best te doen waarbij ze enkele uren  per dag als vrijwilliger  voor lokale projecten werken, hoewel ze het meeste van hun  geld later die avond in  een bar spenderen op zoek naar pret en vertier. Het opzetten van yoga- en meditatiecentra blijkt ook plots erg populair te zijn (moet je daarvoor niet India zijn  dacht ik?). Zich terugtrekken in de rust en  schoonheid van de natuur, waar een bijzonder hoog prijskaartje aan vasthangt. Iets waar de gewone Guatemalteek nog eens niet aan kan denken, maar deze wandelende geldbuideltjes wel overal ziet passeren.
Misschien ben ik iets te sceptisch, dat zou best kunnen. Maar het contrast tussen beide werelden leek me op zulke momenten gewoon zo groot…
 
De reizende metgezel                                 
De overheersende taal dat onder het toeristenvolk gesproken wordt, is nog steeds Engels, wat mijn Spaankundigheid jammer genoeg niet erg vooruit helpt. Wellicht is mijn Engels er zelfs beter op geworden…! USA’ers op kop, gevolgd door Canadezen, Australiërs en Britten. Hollanders zijn werkelijk OVERAL en ook Duitsers zijn best talrijk, maar die zijn dan ook met 80 miljoen. Belgen, of beter gezegd Vlamingen, zijn echt een zeldzaamheid en bestaan meestal uit koppels. Walen ben ik nog niet tegen gekomen, of misschien wel maar dacht ik dat het Fransen of Canadezen waren… oepsie… Wat nieuw is Guatemala, is de komst van Aziatisch reizigers. Japanners, Taiwanezen, Zuid Koreanen, Indiërs,… alsof Guatemala het te ontdekken land is.

Een week of vier geleden is mijn laatste reisgenootje Valerie ook weer naar huis vertrokken, sindsdien ben ik alleen op tocht. Best wel aangenaam! Niet teveel hoeven nadenken maar doen waar je zin in hebt. Maar ook wel vaak durven durven, een beetje je grenzen verleggen en ook wel experimenteren, wat makkelijk is want niemand kent je hier en je hoeft je aan niemand te verantwoorden.  Soms moeilijk, soms spannend en vaak verrassend. Maar eigenlijk reis je nooit alleen, het verbaasde me hoeveel andere reizigers ook alleen op pad zijn. Altijd wel ergens een aangename reisgezel te vinden. En zo hangt mijn volgende reisgezel op dit moment ergens boven de Atlantische Oceaan, onderweg naar het zonnige Mexico: mijn lieve, grote zus.
Charlotte x 

1 opmerking:

Ramses II Junior zei

We kruisten mekaars pad 6/2 in León - Nicaragua. Toen meldde ik dat je ergens vermeld zou worden in mijn reisverslag. Dat is inmiddels voltooid en online : http://panicr2012.dyns.be/
Heb ondertussen jouw reissprokkels hier doorgenomen ; Colombia zal ik ook eens moeten doen zo te lezen ;-)