Voorjaar 2012 - Centraal-Amerika

zaterdag 2 oktober 2010

De wet van de sterkste…



… en de sterkste was niet ik, helaas, maar wel een zespotig klein, prikkend insectenwezen wiens gif mijn lijf inpalmde en leidde tot de gevreesde diagnose: malaria. En we waren nog maar 3 dagen ver in ons 10 daagse, afsluitend reizen… Zo trok ik genoodzaakt naar 2 lokale ziekenhuizen waar ze bij je inschrijving niet enkel naar je naam en huwelijksstaat vragen, maar ook naar je geloofsovertuiging en de naam van je kerk (Sint Helena, voor de geïnteresseerden, met dank aan het snelle verzin-vermogen van mijn trouwe reisgenoot Daphne), waar je gewicht in het ene ziekenhuis 4kg verschilt tegenover het andere en ook je lichaamstemperatuur ruim 2 graden schommelt, waar de injectienaalden uit steriele verpakkingen komen, waar de dokter hoopt een deel van het geld te krijgen dat je terugtrekt van je ziekteverzekering, waar injecties in je achterste worden gegeven, waar kippen vrolijk tussen de zieke patiënten lopen, waar 2 blanke meisjes ontzettend hard worden nagekeken, waar de antibiotica rijkelijk wordt uitgedeeld en het herschilderen van een aantal ziekenhuisgebouwen in heerlijk felle kleuren sneller gaat dan ons ziekenhuisbezoek (ruim 5 uur en half).

Wat volgde was 2 dagen flink afzien. De hoofdpijn en koortsaanvallen waren vervelend maar draaglijk, de ontzettende krampen en nachtelijke toiletbezoeken ten gevolge van een overload aan antibiotica in combinatie met een absoluut gebrek aan eetlust, waren echter erg pijnlijk. En jawel hoor, ik heb braafjes elke dag mijn malaria-werende pilletjes genomen, maar zoals geweten garanderen deze geen 100% weerstand. Ze zorgen voor een zekere hoeveelheid aan continue antistoffen in je lichaam, wat betekent dat zonder deze het virus veel erger tekeer zou hebben gegaan. Dag 4 bracht beterschap, gelukkig maar, wat betekende dat we onze trip doorheen het mooie West Afrikaanse land, waar we ondertussen al ruim 7 weken verbleven, konden verder zetten. Ervaar Ghana, zeg dat wel. Weer iets om op mijnen CV te zetten dan maar...?
Mijn grote dank gaat dan ook naar mijn reis- lach- ontdek- praat- en soortgenoot (zei een Ghanees tegen mij toen hij andere blanken zag lopen “Look there! People like you!”) Daphne en haar verzorgingsskills, geduld en fijne aanwezigheid.

                

Ik heb me opnieuw verbaasd tijdens ons reizen, zoals ik me elke dag van mijn verblijf op het Afrikaanse continent heb verbaasd, maar de intensiteit en frequentie ervan lagen dezer dagen opvallend hoger. Ghana wordt wel eens Afrika in het klein genoemd. Of het waar is, weet ik niet. Maar wat ik alvast wel kan beamen is dat Ghana een ontzettend veelzijdig land is, daar waar het Noorden eerder droog en iets armoediger, is het oosten van het land overweldigend groen en vochtig. Maar cassave en rijst vind je tot in elke uithoek terug. We reisden van het noorden naar hartje Ghana, Kumasi, en namen vervolgens 2 maal een ferry (lees: grote sloep) die ons naar de andere kant van het immense Voltameer bracht. Dit gigantische stuwmeer (het 4e grootste stuwmeer ter wereld) voorziet het land voor meer dan 90% van elektriciteit en ook buurland Togo geniet gedeeltelijk van deze natuurlijke bron aan energie.

We aanschouwden de grootste waterval van West-Afrika, zaten als sardientjes in minibusjes, probeerden onze ingewanden in bedwang te houden tijdens de heftige ritten over wegen die meer putten hadden dan dat er aan berijdbare weg overbleef, opereerden als volleerde onderhandelaars tijdens het discussiëren over taxiprijzen, bezochten het hoogst gelegen dorpje van Ghana in het prachtige Voltagebied waar we vanop de hoogste berg kilometers ver konden turen en blijven turen naar het heerlijk mooie landschap en doorheen de mist de oevers van het Voltameer konden onderscheiden.

In Accra nam Miriam, een Nederlands meisje dat we in Tamale hadden leren kennen, het over van mijn partner in crime Daphne, die op haar beurt weer naar Tamale reisde om daar de komende anderhalve maand de kindertjes uit het weeshuis te verblijden met haar opgewekte aanwezigheid. Het afscheid was geen afscheid, want we zouden elkaar gauw weer op Europese bodem treffen om te kunnen kletsen over het leven in Ghana zoals je dat enkel kan doen met ervaringsdeskundige Sellaminga’s zoals wij. Accra bracht ons alweer een stapje dichter bij onze terugkeer naar onze gekende “westerse” omgeving: druk verkeer dat niet meer bestaat uit auto’s die uit elkaar dreigen te vallen, hoogbouw en grotere winkelketens, een resem aan hotels en guesthouses en restaurantjes,… Toch valt ook hier de enorme bedrijvigheid en het geweldig kleurrijke leven niet weg te denken.

De allerlaatste dagen van mijn verblijf in deze bijzonder aangename Republiek beleefde ik in de streek rond Cape Coast, één van de vele plekken gelegen aan de lange kuststrook die het land Rijk is en deel uitmaakt van de Golf van Guinea. Het paradijs op aarde is wat mij betreft de meest geschikte omschrijving voor de plek waar wij belandden, of toch zeker na mijn verblijf in Tamale waar ik heel wat van mijn gekende luxe inleverde. De zee was erg ruw, maar de palmbomen sierlijk, de zon stralend en het eten overdreven heerlijk. Ik voelde me verwend. Een doorsnee reiziger zou de accommodatie wel “ok” gevonden hebben, wij vonden het hemels.
        
        
       

We bezochten nabijgelegen forten waarbij tijdens de rondleiding ietwat beschuldigend onze richting uitgekeken werd bij het vertellen over de wrede kolonisators en het onmenselijk behandelen van de gevangengenomen slaven die gedwongen de oversteek over de Atlantische Oceaan dienden te maken en ingezet werden als werkkrachten in de meest erbarmelijke omstandigheden, we aten versgevangen vis uit de zee, dronken uit een kokosnoot die vakkundig door de kinderen uit de bomen werden geplukt, wandelden over touwbruggen doorheen de bomen van het regenwoud en werden voor de laatste maal begeerd en uitgehuwelijkt.



“Goeieavond, mag ik uw boardingpass even zien?” 

Vaarwel Ghana, tot gauw.

Charlotte x

vrijdag 17 september 2010

Real Tamale United vs. de Naïeve Antropoloog: 0-0




Het imposante voetbalstadion van Tamale, wat met haar verschijning het gewone straatbeeld van de stad robuust doorbreekt en vervolgens in schril contrast staat met het dagelijkse leven in deze levendige stad, hadden we bezocht tijdens onze eerste dagen van ons verblijf in het land van de Black Stars (het nationale elftal). Ik kon me maar moeilijk voorstellen dat zulk een machtig stadion, plaats biedend aan 20.000 sportliefhebbers, werkelijk ten volle gebruikt zou worden en het bouwen ervan waard was. Mijn curiositeit naar wat zich op “de perfect onderhouden grasmat” (alsdus onze gids) zou afspelen, leidde me samen met enkele landgenoten en noorderburen tot binnen de grote muren van het bouwwerk: zo gingen we afgelopen zondag “naar de voetbal!”. Goed voor de volle 1,65 euro. Wat volgde was, tegen onze verwachting in, 90 minuten nogal onoverzichtelijk voetbal met als belangrijkste tactiek: “daar waar de bal is, moet je als een gek naartoe lopen!” waarop vervolgens 20 paar gespierde, zwarte benen hun aanval inzetten. Gelukkig zorgden de enthousiaste toeschouwers, uitsluitend manvolk, voor voldoende animo en hilariteit, of toch doorheen de blik van de onwetende thesisschrijvers en vrijwilligers: het op je knieën vallen met de handen gereikt naar de hemel om God te danken voor het missen van een penalty van de tegenstrever, het wild handgebaren en onderling discussiëren over het ping-pong voetbal of het weeral missen van een kopbal of corner, het gedreven toeschreeuwen van onverstaanbare kreten naar de spelers door zwarte moslims in lange roze gebedskledij, het zijn nu eenmaal geen taferelen die je op pakweg den Beerschot tegenkomt.
 

“Real Tamale United” vervulde helaas niet de hoge verwachtingen die haar zeer originele naam deed vermoeden. Maar de volle overtuiging waarmee zowel spelers als publiek het stadion vulden, wist ik wel ontzettend te waarderen en bewonderen. 

Hooliganisme in Ghana vraagt u? Onmogelijk. Wetende dat de tegenstander, een ploeg uit het zuiden van het land, er een busrit van ruim 12 uur had opzitten om tot op de Tamalese grasmat te raken en ik me niet kan voorstellen dat honderden supporters hen dit na zouden doen. Bovendien liep de security rond met knuppels en kanjers van kalasjnikovs die je liever niet in jouw richting uit zou willen zien komen, maar natuurlijk wel handig om ze als soortement van zeer ongemakkelijke stoel te gebruiken tijdens het aanschouwen van de match.
Grote winkels vind je in Ghana niet terug. Op elk leeg plekje van de straat staan kleine stalletjes waar alle mogelijke koopwaar verkocht wordt. Alles open en bloot uitgestald te midden van de straat, of, venters lopen rond op straat, hun waren met zich mee zeulend. Mannen lopen vooral rond in voetbalshirts, vrouwen dragen prachtig, kleurrijke op maat gemaakte jurken of rokken met bijhorende blouses. De meer ‘westerse’ kledij komt ook letterlijk uit het westen, of beter de overstocks of kledij en schoenen die we zelf om de zoveel tijd in de gekende zakken of boxen deponeren. 

Iemand die zijn of haar schoenen herkent...?

Ik zou het deze keer hebben over mijn pogingen tot het uitvoeren van veldwerk... Eerlijk toegegeven: makkelijk is het absoluut niet. Om het kort samen te vatten: de culturele verschillen tussen mijn leven, kennis, referentiekaders en manier van redeneren en deze die gangbaar zijn in mijn betreffende onderzoeksveld, zijn bijzonder groot wat het op een objectieve manier observeren en interpreteren ontzettend moeilijk maakt. Hoe wist onze vriend Clifford Geertz het ‘op een antropologisch verantwoorde wijze aan onderzoek en gevolgtrekking doen’ te verwoorden? : “wanneer je volledig in denken, voelen en handelen van je onderzoeksgroep gekomen bent en je vervolgens geleidelijk aan, zo intens en nauw gezet mogelijk het geheel van de situatie en alle betrokkenen van binnenuit gaat beschrijven. Je poogt de zaken te duiden vanuit de verstandshorizon van de betrokkenen waarbij je het gevoel hebt dat jouw beschrijvingen nooit af zijn en je open staat voor continue herwerking van je bevindingen”. Jammer maar helaas, dat zal me niet lukken.

Ik heb de afgelopen weken geprobeerd een beetje zicht te krijgen op hoe het verlenen van microkredieten aan vrouwen uit kleine traditionele dorpgemeenschappen, hun leven en meer bepaald hun rol en positie als vrouw binnen de samenleving, beïnvloedt. Wil ik echter met relevante gegevens huiswaarts keren, dan dien ik hier nog zeker een jaar te blijven. De eerste week wen je een beetje aan al het nieuwe om je heen en zoek je naar gangbare manieren om jezelf uit te drukken en om te gaan met al het onbekende dat je overvalt. Je leert de organisatie kennen waaraan je verbonden bent, ontmoet een massa nieuwe mensen en probeert een beetje in te schatten waar gelijkenissen en verschillen zich manifesteren. Dan tracht je zicht te krijgen op het bestaande microkredietenproject, leer je de vrouwen kennen die hierbij betrokken zijn, bezoek je hen nogmaals en nogmaals. En pas dan, na een goeie 3 weken, kan je écht aan de slag. En dat zag ik natuurlijk volledig zitten! Een brok literatuur achter de kiezen geslagen, vragenlijstjes netjes  uitgeprint en een tolk aan de hand. 

Daar vetrok ze, de naïeve antropoloog.

Het is vooral moeilijk dat je vaak niet weet waar bepaalde grenzen zich bevinden en je vervolgens niet kan inschatten waaraan je je kan verwachten. Het gangbare referentiekader blijft op zulke momenten bijzonder vaag. Interpreteren vervalt dan in een enorme subjectiviteit

Ik had natuurlijk ook gewoon in België kunnen blijven wat het allemaal net iets makkelijker had gemaakt. Maar dan had ik niet de kans gekregen om te kunnen proeven van het leven op dit mooie continent. Neen, met één of andere geweldige antropologische ontdekking of vaststelling zal ik niet terugkeren. Maar wel met een pak concrete ervaringen over wat het betekent veldwerk uit te voeren en op welke beperkingen en hindernissen je kan stoten. 

En zo beleef ik mijn laatste dagen in Tamale. Zondag vertrek ik met mijn rugzak en een fijne Nederlandse collega voor een laatste trip doorheen het land en reizen we zuidwaarts doorheen het oostelijke deel van Ghana, om uiteindelijk 10 dagen later in de drukke hoofdstad te belanden waar een vliegtuig van Belgische makelij me weer naar het noorden vliegt.

Ik kijk er naar uit om weer huiswaarts te keren, om te kunnen vertellen over mijn belevenissen,  en waardevolle momenten. Maar die terugkeer had gerust nog een langere tijd op zich mogen laten wachten.



Helaas, de plicht roept.

Charlotte x



dinsdag 7 september 2010

“I’m sorry, I already have a husband…”



Ok, we zitten hier dus wel degelijk met een praktisch probleem: wanneer ik me op straat begeef tussen honderden zwarte mensen, heeft zowat iedereen me natuurlijk meteen opgemerkt. En dat terwijl ik moeite heb om de ene zwarte te onderscheiden van de andere waardoor ik vaak te horen krijg “O, don’t you remember me..?” waarop er dan meestal een erg verontwaardigde blik volgt (en helemaal niets uit het voorgaande heeft dan ook maar enige racistische ondertoon, het is gewoon de naakte realiteit). Als dan ook nog de kinderen, die zich in grote aantallen op straat begeven, met hun schelle stemmetjes me luidkeels in koor naroepen met: “Sellaminga, hello!!” (wat zoveel betekent als “witte vrouw, hallo!”), wordt onopgemerkt het publieke leven induiken al helemaal onmogelijk. 

De meest gehoorde zinnen waarmee wildvreemde jonge mannen me aanspreken zijn “Hello, what’s your name” meteen gevolgd door “Can I have your contact, I want to be your friend”. Hoppakee, boem patat. Mooi niet, denk ik dan. Het grootste probleem natuurlijk is dat zowat iedereen míj “interessant” vindt en wil leren kennen, terwijl ik absoluut niet de tijd, energie en zin heb om op al deze verzoeken in te gaan. In het begin tracht je zulke voorstellen, als bescheiden Belg zijnde, vriendelijk af te wimpelen door hen via een omweg indirect proberen duidelijk te maken dat je niet echt behoefte hebt aan hun overdreven aandacht en interesse. Maar na een goeie 2 pogingen te hebben ondernomen rond de pot te draaien, kan je maar beter meteen zeggen: “I’m sorry, I already have a husband”. Waarmee helaas niet elke geïnteresseerde vrede neemt en je alsnog probeert te overtuigen toch ook echt wel nood te hebben aan een man in Ghana nu de jouwe zogezegd alleen thuis zit. Vooralsnog is nog niemand daar in geslaagd, wat mij betreft toch niet.

Wist je dat de politieagenten hier niet met een geweer rondlopen maar met een knuppel? En blijkbaar zijn ze ook erg corrupt, of verbazen we ons daar niet over…? “Thiefs in uniforms” worden ze ook wel genoemd.
Lieve vrienden, “het is gebeurd”, ik ben op safari geweest. Voor de één of andere reden roept “op safari gaan” een erg gekunsteld beeld bij me op, alsof het een attractie is die bij een bezoek aan het Afrikaanse continent hoort. Wie hierbij vervolgens denkt aan een rustig ritje in een fancy jeep doorheen een natuurreservaat waarbij de koningen van de dieren met hun welpen voorbij paraderen en ook nog even in jouw bijzijn een zebra te grazen nemen, heeft het toch wel even mis. Laat ons zeggen dat onze jeep… nog net bestuurbaar was. Bij gebrek aan een werkende 1e versnelling, was vetrekken vanuit 2e een noodzaak, weg al die dieren, of wat had je gedacht bij het voorbij daveren van zo’n kletterbak. We hebben heerlijk gelachen, zo met de jeep door het oerwoud (helaas zonder een stoet papegaaien om ons heen). Ik was alvast erg onder de indruk van de overvloed aan groen en het kilometers turen in de verte zonder enige verwijzingen naar mensenschepsels waar te nemen. Dat daar dan ook nog eens af en toe kolossen van olifanten voorbijkwamen en antilopen en reebokken je de pas afsneden, was uiteraard mooi meegenomen. Terwijl wij op bosklassen gaan in de Ardennen en met verhalen terugkomen over ondergeregende tenten, gaan de kinderen hier een weekendje Olifanten kijken op safari onder een schroeiend hete zon. 

Had ik al verteld over het leven in “traditionele” dorpjes in lemen hutjes dat zo ongeveer tegemoet komt aan onze stereotiepe associaties met “Afrika”?   



Zulke dorpgemeenschappen vind je hier inderdaad in grote aantallen terug, gelegen op slechts enkele honderden meters van het centrum van de stad. Gezinnen wonen in samen in een “compound”, een verzameling hutten van één familie binnen een dorpgemeenschap. In de streek rond Tamele heerst een patrilineaire structuur, waarbij na het huwelijk de vrouw bij de familie van de man wonen. Hoewel er in de stad ook “gewone” huizen staan en moderne compounds (waarbij de hutten gewoon stenen huizen zijn) vind je er ook deze traditionele woongemeenschappen die wij als eerder primitief beschouwen. Het door elkaar lopen van deze verschillende woonvormen en stadia van “primitiefheid-ontwikkeling” die zich op 1 plek voordoen, verbazen me dagelijks keer op keer. Zo vertoef je in slechts enkele uren tijd en op wandelafstand van elkaar in zo’n traditioneel “dorpje” dat slechts op 10 meter van de drukke, geasfalteerde baan ligt, stap je een internetcafé binnen en word je even virtueel en pijlsnel verbonden met het Europese thuisfront, eet je je avondeten met je handen, ontwijk je koeien en geiten die je de weg op het fietspad versperren en wissel je foto’s uit via de laptop van een Ghanees in een bakstenen huis waar stromend water is.
Wie zoekt die vindt de aapjes...

Het moet gezegd, de gemiddelde Ghanees ziet er best wel oké uit. Opvallend veel jonge mannen lopen hier rond met een aardig en niet overdreven afgetrainde torso. Al vraag ik me wel af of dit enkel het resultaat is van het harde labeur dat ze inderdaad vaak moeten verrichten, want uren rondhangen op straat, daar zijn ze toch ook wel erg goed in. Maar, dan kom je in het zwembad, samen met die gespierde lijven, en dan blijkt dat het merendeel van die gespierde lijven niet kan zwemmen, wat toch wel even een vreemd zicht was omdat je dat in eerste instantie niet verwacht, maar niet al te onlogisch wanneer er in de wijde omgeving niet al te veel mogelijkheden tot zwemmen zijn en zwemmen bijgevolg op school niet aangeleerd wordt.
Het merendeel van de Ghanezen heeft toch echt een heel erg donkere huidskleur. Ik blijf het fascinerend vinden, die witte voetzolen en handpalmen.
 Charlotte x

vrijdag 27 augustus 2010

4 weken Ghana, of: wanneer boter hemels wordt en een appelsien je tenen doet krullen.





Wat ik jullie wil vertellen over de lokale keuken van Ghana… dat het nu niet bepaald een echte aanrader is.  Niet dat het niet te eten is, maar, het aanbod is echt erg klein en bijzonder eenzijdig waadoor het lijkt of je elke dag hetzelfde eet. Een maaltijd bestaat voor ongeveer 90% uit koolhydraten waarbij borden gevuld met afwisselend rijst, noodles, cassave, maïs en yam (een soort cassave) elkaar op een vrij eentonige manier opvolgen. Meestal bestaat zo’n maaltijd uit een deegbal (die op zich weinig smaak heeft) gemaakt van gestampte cassave, yam of maïs aangelengd met water om het tot een deegachtige geheel te maken vergezeld van een vettig sausje dat grotendeels uit olie bestaat en voor de smaak zorgt. Van die deegbal trek je dan stukjes af die je in het vettige soepje/sausje dipt. De variatie aan die olie-achtige soepjes is ook weer zeer beperkt met als hoofdbestanddelen (naast liters olie) pinda’s, tomaten of een soort bladspinazie die tot moes gekookt wordt. Als enige in mijn gastgezin krijg ik echter aangepast eten “because of your stomach!” :  meestal een kom rijst of noodles waar alweer een ultra kleine hoeveelheid van één of ander vettig sausje over gegoten wordt. Af en toe krijg ik er een heel klein stukje kip bij of een stukje vis uit blik van 2 op 2 cm. Na enig aandringen krijg nu ook soms gewoon wat zij eten.

           Fufu 
2 compleet verschillende gerechten...
.            Tz

Groenten worden bijna niet gegeten omdat die erg duur zijn, fruit is al helemaal onbetaalbaar: een (ingevoerde) appel kost 0,50 euro, wat zelfs bij ons al erg duur is, een ananas of watermeloen 1,5 euro. Als je weet dat een Ghanese afhaalmaaltijd gemiddeld 0,50 euro kost, 4 meter stof slechts 5 euro en het op maat laten maken van een hele jurk van diezelfde stof amper 2,5 euro, dan merk je dat de prijzen van het fruit voor de gemiddelde Ghanees bijzonder hoog zijn. Ook luxeproducten zoals shampoo, confituur, boter en koekjes zijn ontzettend duur. Vaak worden zulke producten dan ook in kleine verpakkingen verkocht omdat de meeste mensen niet in staat zijn in één keer een groot bedrag uit te geven.

’s ochtends krijg ik wit brood, wat lekker is, dat ik rijkelijk voorzie van heerlijke boter, confituur of pindakaas. Choco is er ook, gemaakt in België en gelabeld met “Belgian Quality”. Toch vreemd dat massa’s cacaobonen (één van de belangrijkste exportproducten van Ghana) 5000km naar België afleggen om dan, omgevormd tot een smeuïge bruine pasta en in glazen potten, hun weg terug te vinden naar het land van oorsprong waar het in de winkelrekken belandt. Toiletpapier komt uit China, confituur uit Frankrijk en het fruitsap uit Bangladesh.



En wij er altijd maar op hameren om voldoende groenten en fruit te eten… zijn de mensen hier dan minder gezond…? Of overdrijven wij in onze groente-en-fruit-ideologie?

Waarom Ghana slechts een beperkt aanbod aan eigen voedselproducten heeft, weet ik niet precies. Zulke vraagstukken laat ik over aan de economen en landbouwkundigen onder ons. Dat het regenseizoen amper 2 maanden duurt zal er wellicht wel voor iets tussen zitten. Jammer genoeg heb ik het mangoseizoen net gemist, het appelsienenseizoen is volop aan de gang en zijn een ware bron aan heerlijkheid.

Het valt me op hoe snel je aan het leven hier kan wennen en ook hoe hard we gewend zijn aan ons eigen leven en vooral manier van leven. Mijn gastmamma was daarstraks aan het koken, zittend op een krukje van ongeveer 20 cm hoog al roerend in een potje dat warm gehouden werd door houtskool. In Belgiê zijn zulke taferelen ondenkbaar, hier is het doodnormaal en kijk je er al niet meer van op, net zoals die kakkerlak die je elke keer weer tegenkomt wanneer je het kleinste kamertje opzoekt, of het vervoeren van deuren, kasten, stalen buizen van circa 2m per brommer of fiets, of het uitvallen van de elektriciteit en het met de hand schrobben van je ondergoed.

Het huizenhoge cliché bevestigt zich nog maar eens: ik leer alweer ontzettend te appreciëren in wat voor een weelde wij ons in ons Belgenlandje wentelen. En ik weet dat je beide landen, beide heel verschillende plekken op deze wereld, maar moeilijk met elkaar  kan vergelijken omdat ze gewoon op een heel andere manier gecultiveerd zijn. Ik vind het geweldig om het leven hier, op weer een andere plek op onze aardbol, te ontdekken. Heerlijk om te beleven wat hier belangrijk en waardevol is, dingen die dat bij ons vaak helemaal niet zijn. “Ooo… I wanna come to your country! Can you take me there?” is wat ze me hier wel vaker vragen. Maar ik ben er lang niet zeker van of het leven in mijn land wel zoveel fijner is. Het leven is vooral heel anders, waarmee ik bedoel dat wij vaak heel andere dingen van belang vinden en ons druk maken over zaken die hier misschien gewoon helemaal niet bestaan. Een enorm verschil in gangbare waarden en normen.


Opnieuw een ervaring die me waarschijnlijk nog meer zal doen relativeren en verbazen over de grote hoeveelheid aan drukdoenerij om niets.

Charlotte x


vrijdag 20 augustus 2010

Niets is wat het lijkt…

In Afrika valt het water wel degelijk met bakken uit de hemel!
Of in ieder geval toch in het noorden van Ghana zo tussen begin juli en eind oktober. Anders dan in Azië waar zo’n tropische bui kort en erg hevig is, duren de hevige onweders hier lange tijd en kan het soms uren aan een stuk onophoudelijk erg hard regenen. De donders en bliksems heb ik nergens harder en feller meegemaakt dan hier… indrukwekkende taferelen.
Het leven valt op zulke momenten zo goed als stil: mensen gaan niet naar hun werk omdat dit werk zich meestal buiten op straat of op de markten afspeelt en het overvloedige water zaken doen onmogelijk maakt, kinderen gaan niet naar school. Waarom niet? “Because of the rain”. De anders zo drukke straten liggen er dan verlaten bij. Slechts zelden geeft de zon wat van haar stralen prijs, het hemelbeeld wordt hoofdzakelijk gekleurd door grote dikke, donkere wolken die laag boven het land hangen. Misschien keer ik wel bleker huiswaarts dan toen ik vetrok. 


Maar het is wel warm, zweterig warm.

Doorheen dit laffe en zwoele weer ontwaar ik elke dag weer nieuwe stukjes van het door mij nog te ontdekken, kleurrijke leven in Ghana. Zowat 80% van de inwoners van Tamale (de stad waar ik verblijd) zijn moslim. De woorden “Allah Akbar” wekken me telkens weer uit mijn dromen wanneer deze roep onvermijdelijk doorheen de vele speakers die de stad rijk is schalt en een groot aantal overtuigde moslims reeds om 4u30 de nieuwe dag aanvatten. En als het niet de oproep tot gebed is die me wakker schudt, dan is het wel de felle regen die ‘s nachts hard op het dak tikt of de luide kreten uit de “Lord of the Rings” wanneer de buren al voor de zoveelste nacht op rij maar niet genoeg krijgen van deze magische trilogie. Sinds afgelopen woensdag is ook de Ramadan begonnen, wat me de indruk geeft dat de straten minder druk bevolkt zijn. Het aantal kraampjes langs de kant van de weg waar etenswaren verkocht worden en die door moslims uitgebaat worden, zijn in ieder geval sterk afgenomen. Mijn favoriete moment om me op straat te begeven is op vrijdag in de vroege namiddag, het moment waarop de vele moskeeën boordensvol gevuld zijn voor het belangrijkste vrijdagsgebed. 


Want Tamale is een stad waar het in het centrum krioelt van het volk, waar iedereen druk bezig is met het verhandelen van alles wat verhandelbaar is. Fietsen is er moeilijk, de straat oversteken een ware opdracht wanneer honderden brommertjes en nog eens evenveel auto’s en taxi’s dat ook proberen.


Een ritje met de taxi is een waar avontuur, voornamelijk wanneer er een verkeersdrempel mee in het spel is: de kwaliteit van de taxi’s is zowat vergelijkbaar met een auto die in België minstens 10 jaar op rij niet door de technische controle geraakt is. Maar goed, als je weet dat een ritje van 10 minuten gemiddeld 0,50 euro kost, dan neem je dat er wel bij.
Ik hou het grotendeels bij fietsen, toch wel vermoeiend in het laffe weer en met de vele licht hellende wegen


Sinds vorige week heb ik er een Afrikaanse mama, papa, broer en zus bij: ik verblijf in een gastgezin in het midden van de stad. Een bijzonder fijne ervaring en heel anders dan bijvoorbeeld mijn tijd in Suriname waar we ons eigen huisje hadden of andere verblijven in het buitenland in guesthouses of hotels. Deze keer leef ik echt volgens de standaarden en gewoonten van een gemiddeld Ghanees gezin. Mijn huisje ligt aan een drukke weg op 10 minuten fietsen van het centrum. We hebben geen stromend water en het toilet is niet veel meer dan een houten plank met gat erin, kakkerlakken inbegrepen. Koken gebeurt wat stuntelig op de grond met behulp van stalen bakken gevuld met houtskool . We wonen in een soort van “vierkantswoning”: een binnenplaats met daarrond 9 kamers waar verschillende ouders en kinderen wonen, een soort van familiegemeenschap. Ik heb mijn eigen kamer. Toch altijd handig wanneer je je even terug wil trekken om niet voortdurend “zichtbaar” te zijn.

Toch moeilijk hoor, zo die 1e dagen. Vaak zit ik soms echt wat te zitten en te observeren omdat Ghanezen blijkbaar niet gewend zijn om uitleg te geven of om je te vertellen wat er gaat gebeuren, je moet echt alles vragen. Ik hou me bijgevolg vooral bezig met goed rond te kijken  hoe mijn familie leeft, wat de taakverdelingen zijn, hoe ze met elkaar omgaan, wat van me verwacht wordt. Ook proberen inschatten wat ik wel en niet kan doen, hoe ik me hoor te gedragen. Ik heb nog altijd niet door wie nu wel of niet in mijn huis woont… 
                                              Dit is de voorgevel van mijn huis

  De binnenplaats waarrond de verschillende kamers zijn. De 'gaten' achteraan zijn 2 'keukens' 

Mama kookt, de kinderen en voornamelijk de kleinsten helpen en papa is de King die voor de centen zorgt. Ik vermoed dat mijn familie het wel goed heeft. Ze hebben een dak boven hun hoofd, elektriciteit en hebben voldoende schoon water en voedsel om zich te onderhouden. Ook de omvang van de buik en billen van mijn moeder doen me vermoeden dat ze geen honger hoeven te lijden. De kinderen gaan ook allemaal naar school. Echt veel spullen hebben ze niet, of dingen om zich bezig te houden in hun vrije tijd. De kinderen zijn de hele dag thuis omdat het vakantie is, het lijkt niet dat ze erg veel om handen hebben. Tv kijken is dan hun favoriete bezigheid. Ghanese TV soaps gaan blijkbaar vooral over overspel… Niet echt de beste leerschool dus, die televisie!

Charlotte x

maandag 9 augustus 2010

Hello, how are you...?

"En Charlotje, hoe is het daar in Ghana?"
"Wel mama, ik heb eigenlijk geen idee hoe ik je precies moet uitleggen waar ik me bevind, wat ik allmaal rondom me waarnaam, hoe het landcshap eruitziet en wat voor mensen Ghanezen zijn..."

Ik besef dat ik haast niet weet welke woorden en concepten ik moet gebruiken om mijn indrukken over het leven hier te kunnen beschrijven en benoemen. Als ik dan toch probeer, dan leidt het tot:

"t Is hier een mix van Afrika met westerse invloeden". Wat natuurlijk helemaal nergens op slaat, want het "westen is niet iets wat je zomaar kan afbakenen: wat wij hier waarnemen en benoemen als westers wordt door het lokale gebruik hier op hun beurt even goed "Afrikaans". Wij associeren nu eenmaal bepaalde dingen met het westen en benoemen dan weer andere dingen als eerder Afrikaans. Op deze manier lijken voor mij hier beide werelden versnipperd door elkaar te lopen omdat ze beide in eenzelfde oogopslag waar te nemen zijn. 
Zo zie je haast overal geasfalteerde wegen, haast iedereen die met een gsm rondloopt en alle mogelijke elektronica, maar tegelijk zie je ook lemen hutjes, zandwegen, kleren die bestaan uit kleurrijke prints en uitbundigheid. In het drukke centrum zie je tegelijk gammele auto's rijden en mensen die op een gezapig tempo de hitte trotseren per fiets, maar ook dikke mercedessen en 4x4"s racen voorbij. Of dan zijn er natuurlijk ook zwarte moslims die bijzonder kleurrijk gekleed gaan, op slippertjes rondlopen en achterop brommertjes zitten. Komt de eigenaar van een restaurantje je de hand schudden, blijkt hij uit Belgisch Limburg te komen. dan ontmoet je weer Nederlanders, Duitsers, Amerikanen en kom je bekenden uit Antwerpen tegen. De kleuren van de Ghanese vlag zijn dan weer dewelfde als de reggea kleuren die me doen herinneren aan mijn verblijf op Jamaica en de hoofdsponsor van het Ghanese voetbalelftal is dan weer Guiness.

Toevallig al gehoord over globalisatie...?


Het leven speelt zich hoofdzakelijk af op straat: de asfaltwegen die druk bereden worden, worden gekleurd door honderden stalletjes waar alle mogelijke koopwaar verkocht wordt en beroepen uitgeoefend. Bedrijvigheid, een woord dat hier wel op zijn plaats is. In het heet van deze storm foto's maken is nog niet echt mijn specialiteit, of beter gezegd, op zulke plekken mijn fototoestel boven halen geven me niet zo'n prettig gevoel. Maar loop dan 5 meter weg van deze hoofdwegen, en je belandt plots op een rustige plek waar rode aarde de omgeving kleurt en het leven zich zowel in huizen (lees: een verzameling muren met een dak op) als lemen hutten afspeelt.
Dit stadium werd speciaal gebouwd voor de Africa Cup die in 2007 in Ghana gehouden werd. 50 meter verder bevindt zich zowat de armste wijk van de stad

Ghana is een ontzettend groen land, ook het noorden waar ik verblijf en dat eerder gekend is omwille van haar droogte zorgen verschillende schakeringen groen voor een mooie natuur.

het noorden dus, ofwel Tamale, de 4e grootste stad van ghana en economisch gezien blijkbaar 1 van de snelst groeiende steden uit west-Afrika. Een 14u lange busrit bracht me van de hoofdstad Accra naar Tamale over asfalt-, zand- en bauxietwegen. (Voor de antropologen onder ons: op de bus wereden films getoond, en het waren zowaar Nollywoodfilms! en ook wel enkele Ghanese films, heerlijk! Ik probeerde aan mijn reisgenoot wat van mijn opgedane kennis uit de lessen van Mevrouw Pottendeksel over te brengen, maar helaas zonder al te veel gehoor...)




Kom ik helemaal naar Afrika, het eerste beest dat ik hier te zien krijg... een konijn!









Ik heb me nog nooit zo blank gevoeld als de afgelopen dagen, onopge;erkt over straat lopen is er niet bij. Maar wat wil je als je er ongeveer compleet tegenovergesteld uitziet dan de gemiddelde Ghanees. 



Charlotte x